Als het werkt: carterexplosie
In dit artikel:
Dieselmotoren kunnen onverwacht en zeer gevaarlijk exploderen in het carter — de onderzijde van de motor waar smeerolie samenkomt en terugloopt. Hoewel smeerolie normaal weinig ontvlamt, kan die door condens of andere oorzaken water opnemen. Bij opwarming verdampt dat water en vormt zich een fijn verdeelde oliemist die veel gemakkelijker ontbrandt dan bulkolie.
Een explosie vereist niet alleen deze oliemist maar ook een ontstekingsbron en voldoende zuurstof. Meestal ontstaat de ontsteking lokaal, bijvoorbeeld door een oververhit krukaslager: een vastgelopen lager kan de krukas zodanig verwarmen dat rondvliegende oliemicrodruppels ontbranden. Een eerste, relatief beperkte knal kan inspectieluiken wegblazen; dat maakt het carter plotseling open voor lucht waarmee resterende oliemist alsnog krachtig kan ontbranden en een veel zwaardere tweede explosie veroorzaakt.
Naast mechanische oververhitting kan vonkvorming een ontstekingsbron zijn. Op schepen kan de draaiende schroefas statische elektriciteit opbouwen; zonder goede aarding kan die in het carter vonken veroorzaken. Ook ventilatiekanalen van het carter vormen risico’s: ze kunnen zowel zuurstof aanvoeren als vonken van buiten naar binnen brengen.
Tegenmaatregelen bestaan uit meerdere lagen beveiliging. Drukventielen op het carter met veermechanisme laten bij een eerste drukpiek gassen ontsnappen maar voorkomen dat er nieuwe lucht instroomt. Oliemist-detectoren en meters voor watergehalte in olie signaleren gevaar vóór ontbranding. Sensoren voor lagertemperaturen, slijtage en hotspots, en zichtbare alarmmeldingen moeten scherp worden bewaakt en serieus genomen. Aarding van de schroefas met een sleepring vermindert statische vonkvorming. Ventilatiepijpen moeten uit niet-brandbaar metaal bestaan en mogen geen vonken van bijvoorbeeld slijpwerk naar binnen laten.
Carterexplosies komen vooral voor bij zware motoren maar zijn niet uitgesloten op kleinere schepen. Regelmatig onderhoud, juiste materiaalselectie en betrouwbare detectie- en beveiligingssystemen zijn cruciaal om het risico op dit kleine maar potentieel catastrofale gevaar te minimaliseren.