Als het werkt: Free-fall lifeboat
In dit artikel:
De opvallende oranje capsules op de achterstevens van grote schepen zijn free-fall-lifeboats: volledig gesloten reddingsboten die bij een noodgeval vanaf een helling tientallen meters naar beneden in zee vallen. Daardoor kan de bemanning snel van boord, ook wanneer het schip in brand staat. Vooral op tankers met brandbare lading gelden extra veiligheidseisen.
Het concept ontstond aan het einde van de negentiende eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig praktisch uitgewerkt. De boten zijn meestal gemaakt van glasvezelversterkte kunststof en hebben een gestroomlijnde romp die op een duikboot lijkt. Na de lancering verdwijnen ze kort onder water, zodat de impact wordt gedempt. De gesloten constructie beschermt de inzittenden bovendien tegen vuur en rook.
De stoelen zijn ontworpen om de harde landing te doorstaan. Daarom zitten passagiers doorgaans achterstevoren en zijn ze met vijfpuntsgordels vastgemaakt. Een stuurman bedient vanuit een cockpit de ontgrendeling en bestuurt de boot daarna met de eigen motor. Na het losmaken glijdt de boot van de helling, kantelt meestal voorwaarts en komt met de neus in het water terecht. Bij hoge golven bestaat het risico dat hij te ver kantelt of omgekeerd landt.
Aan de installatie zijn strenge regels verbonden. De bemanning controleert maandelijks de inventaris en motor, oefent elk kwartaal het lanceren tot aan het ontkoppelen en traint twee keer per jaar een vrije val, soms in een simulatie. De voorschriften vallen onder het SOLAS-verdrag en worden door de vlaggenstaat gecontroleerd. Vrachtschepen langer dan 85 meter moeten zo’n boot hebben. Omdat aanschaf en onderhoud duur zijn, worden schepen vaak net onder die grens gebouwd.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'