Als het werkt: intention sharing
In dit artikel:
In 1956 leidde de aanvaring van de oceaanstomer Andrea Doria in dichte mist tot de wereldwijde uitbreiding van radarsystemen met rekenkracht: de Automatic Radar Plotting Aid (ARPA) werd ontwikkeld en al snel verplicht op veel schepen. ARPA nam het zware rekenwerk van de navigator over: uit de beweging van stippen op het radarscherm rekende het systeem afstand, koers, snelheid en berekende vooral de CPA (Closest Point of Approach) en TCPA (Time of Closest Point of Approach). Zo kon vroegtijdig een dreigende aanvaring worden gesignaleerd en werden alarmen geactiveerd.
Sindsdien is de navigatietechniek verder geëvolueerd. De trackplotter (of elektronische kaartplotter) is het nieuwe hart van de brug geworden en koppelt GPS, radar en AIS. Daardoor zijn naast positie en koers ook naam, afmetingen, bestemming en actuele snelheden van andere vaartuigen zichtbaar. Trackplotters slaan vaak vaste routes op en kunnen stuuropdrachten geven, waardoor een schip met beperkte menselijke tussenkomst precies meerdere keren dezelfde trajecten kan volgen — handmatige bediening blijft altijd mogelijk.
De nieuwste stap in deze ontwikkeling heet ‘intention sharing’: schepen delen niet alleen hun huidige positie en snelheid, maar ook hun voorgenomen koerswijzigingen en geplande routes met omringende vaartuigen. Dat maakt het mogelijk dat elektronische systemen proactief manoeuvres voorstellen of uitvoeren om aanvaringen te voorkomen, rekening houdend met kaarten, ondieptes en kades zodat veiligheid niet wordt opgeofferd.
De verwachting is dat intention sharing zowel de werkdruk en verantwoordelijkheden voor schipper en stuurman vermindert als de kans op botsingen met andere schepen en kunstwerken verder verkleint. Tegelijk brengt deze mate van automatisering het onbemande varen dichterbij. Belangrijke randvoorwaarden blijven onder meer menselijke controleopties, betrouwbare kaart- en sensorsystemen en aandacht voor interoperabiliteit en beveiliging van gedeelde navigatiegegevens.