Als het werkt: noord, oost, zuid, west

zondag, 1 februari 2026 (09:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Al in de prehistorie van de Lage Landen hadden mensen behoefte aan vaste windstreken, lang voordat er kompassen bestonden. De Germaanse stammen kozen daarbij niet het zuidelijke punt waar de zon het vaakst staat, maar het oosten—de zonsopgang—as nulrichting. Wie naar het oosten keek, had het noorden links; dat begrip van links als iets ongemakkelijks of zelfs onheilspellends (vergelijk Latinische sinistra) beïnvloedde de naamgeving. Het oude Germaanse nurth / nurtheraz verwees naar die linkse, lagere, “onder”-achtige richting en ontwikkelde zich tot het Nederlandse noord.

De andere windstreken gaan op vergelijkbare wijze terug op Germaanse woorden die met de zon te maken hebben: suntheraz leidde tot zuid, westeraz duidde de plaats van de zonsondergang aan en leeft voort in west (en is ook etymologisch verwant aan het kerkelijke vesper, avondgebed). Oost komt van aust / austeraz, dat de dageraad en de opkomende zon aangeeft; dit wortelwoord is nog herkenbaar in namen als Australië—alhoewel de betekenis daar een verwarrende wending kreeg.

Die verwarring ontstond vermoedelijk door Italiaanse zeelieden: doordat Italië scheef ligt, verschuift wie “naar de punt van de laars” reist niet strikt naar het zuiden maar ook naar het oosten. Italianen mengden aldus zuid en oost door elkaar, waardoor het mythische Onbekende Zuidland uiteindelijk als Onbekend Oostland (Australia) in de kaarten en namen terechtkwam. Zulke slordigheden met richtingsaanduidingen komen ook dichter bij huis voor; de tekst wijst op voorbeelden als Ooster- en Westerschelde die strikter gezien Noorder- en Zuiderschelde zouden kunnen heten.

De vier Germaanse aanduidingen trokken uiteindelijk Europa door en zijn in veel talen terug te vinden, ook in het Frans. Naast die Germaanse woorden gebruikt het Frans formele adjectieven als oriental en septentrional; laatstgenoemd woord (Hollande Septentrional) verwijst naar het sterrenbeeld van de Grote Beer en de Poolster als navigatiepunt in het noorden. De etymologie van sommige termen (zoals een mogelijke link tussen aust en het Latijnse aurora) blijft onzeker, maar de kernboodschap is helder: onze windstreken zijn oude, cultureelkleurde zon- en hemelgeoriënteerde begrippen die zich door eeuwen van taal- en zeereizen manifesteerden in de namen die we nu nog gebruiken.