Als het werkt: oude landkaarten hebben vaak bewust nepsteden
In dit artikel:
Copyright is lastig toe te passen op werken die de werkelijkheid beschrijven, zoals encyclopedieën, woordenboeken en kaarten. Uitgevers investeren vaak miljoenen in het samenstellen van zo’n standaardwerk en zien later vergelijkbare uitgaven van concurrenten verschijnen. Omdat beide bronnen feitelijke waarnemingen bevatten, is het moeilijk juridische diefstal aan te tonen. Een veelgebruikte methode om plagiaat op te sporen is het bewust opnemen van foutieve of verzonnen gegevens: verschijnt zo’n unieke fout in een andere uitgave, dan wijst dat sterk op overname.
Kaartmakers hadden bovendien praktische redenen om onnauwkeurigheden te tolereren of zelfs te gebruiken. Ze baseerden zich eeuwenlang op scheepsjournaals van kapiteins; een fout in zo’n logboek kon onvermijdelijk leiden tot een flagrante vergissing op een kaart. Tegelijk waren zeevaarders berucht om fantastische verhalen — van zeemeerminnen tot reuzenvissen — vaak met precieze plaatsaanduidingen. Een bekend voorbeeld is het mythische Hi-Brazil, twee eilanden ten oosten van Ierland die volgens zeelieden door elfjes en konijnen werden bewoond, maar steeds in mist gehuld bleven.
Ook wetenschappers en cartografen koesterden mythen, zoals het veronderstelde Zuidland in de Indische Oceaan waar oude Griekse filosofen zich zouden hebben teruggetrokken. De zoektocht naar dat Onbekende Zuidland leidde niet tot een onderwereld, maar droeg wel bij aan ontdekkingsreizen die uiteindelijk Australië, Tasmanië en Nieuw-Zeeland in kaart brachten.
De term “Papieren Steden” kreeg aanvankelijk betrekking op kijkdoosachtige of utopische stadsplannetjes; later werd het synoniem voor opzettelijke fouten in kaarten en naslagwerken bedoeld om plagiaat te bewijzen. Een concreet geval uit 1970: in de Amerikaanse waterscheidingslijn verscheen plots een verzonnen “Mount Richard”, vermoedelijk een eerbetoon aan een medewerker (Richard Ciacci); twee jaar later werd de berg weer van de kaart gehaald. Zulke verzinsels illustreren zowel de praktische problemen van het kaarten maken als de creatieve middelen die uitgevers inzetten om hun werk te beschermen.