'Als je je been breekt, kom je niet van boord'
In dit artikel:
Jan Kramer (1976) uit Urk groeide op met de zee om hem heen: zijn vader had kotter Wilco UK 62 die rond vijftig jaar geleden 60 mijl noordwest van Brest verging; zijn vader en vier anderen overleefden 36 uur in een reddingsvlot. Ondanks dat zijn moeder aanvankelijk geen visserijleven toestond, belandde Jan uiteindelijk toch op het water — via verschillende omwegen en beroepen.
Na timmer- en metselaarsopleidingen diende hij kort bij de marine als magazijnmeester, werkte bij baggerbedrijf Dekker & Geluk en in de visverwerking. Vervolgens stapte hij als matroos aan boord van kotters zoals de Teunis van Atje (UK 145) en later zeventien jaar op de 45 meter lange Northern Joy (H 225) uit Hull. De arbeids- en personeelsproblematiek in de visserij — hoge kosten om quota te kopen en moeite met het vinden van bemanning met de juiste papieren — maakten eigen rederij minder aantrekkelijk voor hem.
Na de visserij maakte Jan de overstap naar de binnenvaart. Geïnspireerd door filmpjes en advies van een schipper en de schipperscoöperatie PTC vond hij in 2022 bij PC Shipbrokers het schip Emmanuel, dat hij omdoopte tot Maria Jacoba. Het vaartuig van ongeveer 1.000 ton voldoet aan Jans wens om goed te verdienen en ondiep genoeg te varen. Hij vervoert vooral veevoer, kunstmest en staalrollen in Nederland en België. De bemanning is een familiebedrijf: zijn zoon Cornelis (geboren 2005) en dochter Tina (2007) varen mee en volgen een maritieme opleiding op Firda Maritieme Campus; zijn vrouw Dirkje helpt soms als deksman.
Werk en planning worden steeds uitdagender door infrastructuurwerken en capaciteitsproblemen: renovatie van sluis Bosscherveld bij Maastricht beëindigde vorig jaar zijn directe afleveringen in Bree, en uitval van sluizen, vertragingen bij laden/lossen en het gebrek aan ligplaatsen (met name langs de IJssel) bemoeilijken ritplanning en thuiskomst rond het weekend. Ook regelgeving rond bemanningsopbouw vormt een knelpunt: Duitsland verlangt een volmatroos, maar die functie wordt in Nederland niet meer “afgetekend”, waardoor Jan buitenlandse bemanning of een extra stuurman zou moeten inzetten.
Jan is tevreden met de binnenvaartkeuze — het uitzicht van zijn “kantoor” waardeert hij — maar signaleert structurele problemen in de transportsector: schaarste aan vakbekwame bemanning, beperkte lig- en ontschepingsplaatsen en concurrentie van grote rederijen die individuele schippers het leven moeilijk maken.