Bunkerprijzen exploderen, maar binnenvaart ziet nog geen code rood
In dit artikel:
De brandstofprijzen voor de binnenvaart zijn de afgelopen weken sterk opgelopen door de onzekerheid op de oliemarkt na de sluiting van de Straat van Hormuz. Diesel werd niet alleen duurder bij weg-tankstations, maar ook bij de bunkerstations langs vaarwegen waar binnenvaartschepen hun gasolie tanken. Dat treft rederijen en transportbedrijven direct.
Michel van Dijk (Van Berkel Logistics), dat wekelijks tien schepen tussen Veghel en Rotterdam inzet, meldt dat de brandstofkosten ongeveer 62% hoger liggen dan normaal. Ook leveranciers van goederen zoals linerbags verhogen hun tarieven omdat zij afhankelijk zijn van petrochemische grondstoffen, waardoor de kosten door de hele logistieke keten stijgen.
Bedrijven kunnen de hogere brandstofkosten doorgaans doorberekenen via bestaande brandstofclausules, maar de plotselinge en snelle stijging dwingt hen grote bedragen vooruit te betalen, wat de cashflow onder druk zet. Ben Maelissa van Danser Group (acht schepen, onder meer Rotterdam–Duitsland) zegt dat klanten niet op dezelfde dag kunnen compenseren, waardoor vervoerders het gat moeten opvangen. Danser noemt de situatie geen “code rood”: het bedrijf heeft crisismaatregelen klaarliggen na ervaringen met eerdere schokken, zoals de oorlog in Oekraïne.
Als tegenmaatregel voeren bedrijven extra toeslagen in (Van Berkel bijvoorbeeld vanaf 1 april). Klanten tonen overwegend begrip, maar de financiële impact blijft aanzienlijk en legt druk op werkkapitaal ondanks voortgezet vervoer.