Conclusie Werf van de Toekomst fase 1: goed op weg, maar nú actie nodig
In dit artikel:
Op 26 maart 2026 zijn de bevindingen van de verkennende studie Werf van de Toekomst gepresenteerd. Projectleider Lotte Monhemius overhandigde het rapport aan Dimitri van Rijn (Rijksregiebureau) en Jeroen de Graaf (directie). Het initiatief, een koploperproject uit de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie en landelijk geleid door Maritime & Offshore NL, wil de Nederlandse maritieme maakindustrie toekomstbestendig maken.
De studie, gebaseerd op bureauonderzoek, enquêtes en diepte-interviews, concludeert dat er al veel lopende, regionale initiatieven zijn die bijdragen aan het koploperproject. Tegelijk ontbreken landelijke regie en samenhang: zonder centraal toezicht blijven projecten versnipperd, ontstaan overlap en blijven kansen op gezamenlijke financiering en ketenintegratie onbenut. Regie wordt gezien als cruciaal om samenwerking te structureren, innovatie (zoals digitalisering, automatisering en procesoptimalisatie) te versnellen en de internationale concurrentiepositie te versterken.
Dimitri van Rijn benadrukte de noodzaak om van plannen naar concrete resultaten te gaan: “We gaan nu van papier naar resultaat. Het toverwoord is samen.” Gezant Marja van Bijsterveldt voegde eraan toe dat de bouwstenen aanwezig zijn en dat dit het moment is om door te pakken.
Kort gezegd: de sector staat er goed voor qua initiatieven en bereidheid tot samenwerking, maar heeft een duidelijke nationale regisseur, betere ketensamenhang en gerichte financiering nodig om echt schaal- en concurrentievoordeel te behalen.