Dam of drempel in Nieuwe Waterweg kan Rotterdamse haven duur komen te staan
In dit artikel:
Nederland moet zich voorbereiden op toenemende droogte, lage rivierstanden en verzilting. Vooral tijdens droge perioden stroomt er minder zoet Rijnwater naar zee, waardoor zout water via de Nieuwe Waterweg landinwaarts kan komen. Dat bedreigt de drinkwatervoorziening en landbouw.
Onderzoekers en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) noemen twee mogelijke ingrepen. De meest ingrijpende optie is een dam die de Nieuwe Waterweg van zee afsluit. Daarmee zou zoutindringing vrijwel worden gestopt en zouden watertekorten volgens het PBL nog ongeveer eens per twintig jaar voorkomen. Tegelijk verdwijnt de open vaarverbinding met de Rotterdamse haven. Shortsea- en binnenvaartschepen kunnen dan niet meer rechtstreeks naar de haven en de Maasvlakte, waardoor de haven volledig anders moet worden ingericht. Ook de natuur in het estuarium verandert.
Een minder vergaande mogelijkheid is de Nieuwe Waterweg enkele meters te verondiepen. Volgens hoogleraar Han Meyer kan dit structureel helpen tegen zoutindringing, terwijl de gevolgen voor de scheepvaart beperkt zouden blijven. Bij een verondieping van vier meter in 2100 zouden naar verwachting vooral de grootste olietankers worden getroffen, mede door een verwachte zeespiegelstijging van twee meter. De maatregel raakt wel de petrochemische industrie, die juist gebruikmaakt van de vaarweg. Ook toekomstige import van groene waterstof of ammoniak kan gevolgen ondervinden.
Het Havenbedrijf Rotterdam waarschuwt voor de grote negatieve impact van beide opties, maar erkent dat klimaatverandering steeds grotere problemen veroorzaakt. Volgens het bedrijf moeten de belangen van zoetwatervoorziening, natuur, industrie en scheepvaart zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.
De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'