Doorvaarten kelderen op Noord-Oostzeekanaal
In dit artikel:
In 2025 daalde het aantal passages door het Noord‑Oostzeekanaal (Kieler Kanaal) sterk: tot en met 31 december passeerden 22.300 schepen, ruim 2.500 minder dan in 2024 en meer dan 10% minder dan het jaar daarvoor. De vervoerde lading kromp met ongeveer 6 miljoen ton tot circa 70 miljoen ton; in 2021 waren dat nog zo’n 27.300 passages.
De beheerder GDWS wijst vooral op het wegvallen van het Russische verkeer: waar vroeger jaarlijks zo’n 15 miljoen ton tussen Rusland en Europa via het kanaal ging, blijft daarvan nu nog ongeveer 1,5 miljoen ton over. Tegelijkertijd worden schepen gemiddeld groter, waardoor het aantal vaarten minder alleszeggend is.
Belangrijke oorzaken van de terugval zijn langdurige sluisproblemen in Brunsbüttel (begin mei tot eind juli was maar één grote kolk beschikbaar), de verlaging van de maximale snelheid in 2023 van 15 naar 12 km/uur om taludschade te beperken, en de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne en bijbehorende sancties. Die combinatie leidde tot wachttijden, planningsoverlast en minder aantrekkingskracht voor reders. Jens‑Broder Knudsen (Kiel Canal Initiative) noemde 2025 “een moeilijk jaar” en pleit voor het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden aan de zuidsluis totdat extra capaciteit beschikbaar is.
Tegelijkertijd groeit het vervoer van zware componenten voor windparken en industriële installaties uit landen als India, Vietnam en China, omdat het kanaal een kortere en veiligere route biedt dan omvaren via het Skagerrak. Voor een structureel sterkere concurrentiepositie wordt voortzetting van verbouwingen aan het oostelijke traject als noodzakelijk gezien; de eerste bouwfase bij Schinkel startte in november, maar verdere werkzaamheden staan niet hoog op de prioriteitenlijst voor 2026.