Echt zeewaardig waren koftjalken als de Lena niet
In dit artikel:
In de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam staat de koftjalk Lena, een scheepsmodel dat herinnert aan de bloeiende Groningse vrachtvaart. K oftjalken waren ontworpen voor ondiepe binnenwateren en kustgebieden en werden vooral gebruikt om turf uit de veenkoloniën naar onder meer Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Schotland te vervoeren. Op de terugweg namen ze hout, graan, porselein en andere goederen mee.
Hoewel deze schepen stabiel en geschikt waren voor ondiep water, waren ze niet echt zeewaardig. Ze hadden geen kiel en waren afhankelijk van zwaarden voor hun stabiliteit en besturing. Die zwaarden konden gemakkelijk beschadigen. Zonder zwaard raakte een schip uiteindelijk aan lager wal en kon het vergaan. De succesvolle handel met koftjalken bracht daardoor aanzienlijke risico’s met zich mee.
Het model van de Lena werd rond 1918 gebouwd door Daniël Hazenberg, een binnenvaartschipper en professionele modelbouwer. Hij mat schepen voor zijn modellen zelf op, wat erop wijst dat de Lena toen nog bestond. Hazenberg maakte in de winter modellen als bijverdienste. Ook zijn zoon Jelle werd schipper en modelbouwer; samen lieten zij een waardevolle collectie na van schepen die inmiddels vaak verdwenen zijn.
Vandaag Inside: Bas Nijhuis over hoge accijnzen in Nederland: ‘Niet gek dat mensen naar Duitsland gaan’