EIB waarschuwt: vooral betonnen bruggen en viaducten zijn een groot probleem

maandag, 28 september 2026 (18:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

De Nederlandse mobiliteitsinfrastructuur dreigt de komende jaren aanzienlijk duurder uit te pakken door uitgestelde vervanging, renovatie en onderhoud. Volgens een rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) kunnen alleen de maatschappelijke kosten van achterblijvende vervanging en renovatie van bruggen, viaducten en sluizen tussen 2026 en 2035 oplopen tot ruim 20 miljard euro. Onvoldoende onderhoud kan daar nog 2,5 miljard euro aan toevoegen. Het EIB benadrukt dat niet alleen extra geld nodig is, maar ook scherpere prioriteiten en doelmatiger besteding van bestaande budgetten.

Voor infrastructurele kunstwerken bij rijkswegen en -vaarwegen is tot 2030 ongeveer 13 miljard euro nodig, waarvan een groot deel nog niet is gereserveerd. Uitstel kan leiden tot meer verkeersbeperkingen, omleidingen en files. Vooral betonnen bruggen en viaducten vormen volgens het EIB een groeiend probleem. Van dertig onderzochte objecten kan slechts ongeveer een kwart op tijd worden vervangen. Tijdelijke maatregelen kunnen de levensduur soms verlengen, maar lossen het tekort aan vervanging niet op. De maatschappelijke kosten van verkeersbeperkingen bij deze objecten kunnen oplopen van 4,8 miljard euro tot 2031 naar bijna 10 miljard euro in 2032-2035.

Ook drie grote stalen bruggen illustreren de gevolgen van uitstel. De Merwedebrug in de A27, de Suurhoffbrug in de A15 en de Van Brienenoordbrug in de A16 veroorzaken door huidige of verwachte beperkingen samen naar schatting 5,2 miljoen euro aan maatschappelijke kosten per etmaal. Over vijf jaar komt dat neer op ruim 5,5 miljard euro. De berekeningen omvatten onder meer extra reistijd, langere routes en congestie.

Op vaarwegen kunnen langdurige storingen bij sluizen eveneens grote schade veroorzaken. Bij vier onderzochte sluizen kunnen schepen bij uitval 100 tot 170 kilometer moeten omvaren, goed voor 10 tot 17 extra vaaruren. Een uitval van zes maanden zou ongeveer 90 miljoen euro per jaar kosten; bij uitzonderlijk langdurige uitval kunnen de kosten bij afzonderlijke belangrijke sluizen boven de 100 miljoen euro uitkomen.

De problemen stapelen zich op wanneer meerdere knelpunten op dezelfde transportcorridor liggen. Drie van zeven onderzochte corridors zijn samen verantwoordelijk voor 70 procent van de berekende maatschappelijke kosten. De verbinding Amsterdam/Rotterdam-Antwerpen komt uit op 5,5 miljard euro, Almere-Utrecht-Breda op 4 miljard euro en Rotterdam-Zevenaar op 3 miljard euro.

Daarnaast zijn zestien wegenprojecten en drie vaarwegprojecten met een totale investeringswaarde van 6,4 miljard euro gepauzeerd. Als die uitstelstatus blijft bestaan, kost dat volgens het EIB jaarlijks 363 miljoen euro en leidt het tot 12,4 miljoen extra voertuigverliesuren. Ook regulier onderhoud wordt duurder naarmate het langer wordt uitgesteld: na drie jaar kunnen de uitvoeringskosten 35 procent hoger liggen. In totaal kan onvoldoende onderhoudsbudget tussen 2026 en 2035 nog eens 2,5 miljard euro aan maatschappelijke kosten veroorzaken. Het EIB roept daarom op tot tijdige investeringen én andere keuzes binnen de beschikbare middelen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp vol bewondering: ‘Verstappen en Russell zijn echt kunstenaars!’