Gibraltar is bijna Schengen-gebied en past belasting aan, maar bunkeren blijft goedkoop voor schepen
In dit artikel:
Per een akkoord tussen het VK en de EU verdwijnen de douanecontroles tussen Gibraltar en Spanje naar verwachting op 1 maart 2026, waardoor Gibraltar onderdeel wordt van het Schengengebied. Het politiek akkoord uit juni 2025 voorziet daarnaast in een nieuw fiscaal stelsel: vanaf 15 april 2026 wordt een Transaction Tax (TT) van 15% ingevoerd. Cruciaal voor de scheepvaart is dat bunkerbrandstof en scheepsbenodigdheden expliciet van die heffing worden vrijgesteld.
Gibraltar heeft sinds 1713 Britse banden maar bestuurt zijn eigen belastingbeleid. Door jarenlang geen btw te heffen waren producten als alcohol, sigaretten en parfum daar vaak veel goedkoper dan in de EU. De drukte in de Straat van Gibraltar met schepen die ship‑to‑ship bunkeren hangt echter vooral samen met mondiale regels die zeeschepen vrijstellen van lokale brandstofheffingen — bunkerbrandstof wordt internationaal als exportgoed gezien en wordt vaak niet belast. Ter indicatie kost een ton Marine Gas Oil momenteel ongeveer €450 (ongeveer €0,45 per liter).
Hoewel Gibraltar buiten de EU‑ETS-regels valt en bunkerbrandstof van de nieuwe TT is uitgesloten, betekent dat niet dat bunkeren structureel goedkoop blijft: steeds meer regio’s leggen CO₂‑heffingen, emissiehandel of andere brandstofverplichtingen op om zwavel- en broeikasuitstoot terug te dringen. Voor Gibraltarse detailhandelaren, forenzen en de maritieme sector verandert er dus zowel op grens- als op fiscaal vlak het een en ander, terwijl de bunkerconcessie voor de scheepvaart behouden blijft.