Groei is geen hoger doel bij baggerbedrijf De Boer

dinsdag, 5 mei 2026 (12:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

2026 wordt voor familiebedrijf De Boer‑Dutch Dredging nu al een gedenkjaar: de nieuwe sleephopperzuiger Magdalena komt binnen en het bedrijf verhuist tegen het eind van het jaar naar een nieuw hoofdkantoor met loods op het voormalige IHC‑terrein langs de Beneden‑Merwede in Sliedrecht. Directeur Kees van de Graaf (54) benadrukt dat uitbreiding geen religie is voor het bedrijf: “We zijn er niet op uit zo groot mogelijk te worden”, zegt hij; het doel is een gezond, leuk bedrijf voor medewerkers en familie.

De Boer begon in 1960 in Zaandam en kwam begin jaren ’80 in handen van de familie Van de Graaf. Sindsdien groeide het bedrijf voorzichtig uit tot een vloot van circa 30 schepen, actief in ruim twintig landen, met ongeveer 275 medewerkers en een jaaromzet rond de €100 miljoen — nog altijd zo’n dertig keer kleiner dan grote spelers als Boskalis en Van Oord. Onder de internationale naam Dutch Dredging is tegenwoordig ongeveer driekwart van de omzet afkomstig uit het buitenland (tegen 30% eind jaren ’70); opdrachten lopen van Nieuw‑Zeeland en Australië tot Frans‑Guyana, Suriname en Brazilië, waar Hugo van de Graaf de regio aanstuurt.

De kernactiviteit blijft onderhoudsbaggerwerk in zeehavens en op de Waddenzee. Van de Graaf legt uit dat het bedrijf bewust kiest voor langjarige, minder risicovolle contracten, geen bankleningen heeft en werkt met kleine, doorgaans Nederlandstalige teams van vier à vijf man. Die werkwijze kost mogelijk meer maar levert sociale sterkte, personeelsbinding en continuïteit op — bovendien stimuleert het jong talent via stages en open dagen. Momenteel stromen ook leden van de volgende generatie het bedrijf in.

Tegenslagen zoals medewerkers die tijdens de coronacrisis vastzaten in het buitenland en sterk gestegen gasolieprijzen treffen de sector, maar De Boer blijft koersvast: specialistisch onderhoud, prudente groei en behoud van vakmanschap.