Groeneveldt Marine Construction bouwt 110 meter-tanker in eigen land en is goedkoper uit dan de route via China
In dit artikel:
Klaas Groeneveldt van Groeneveldt Marine Construction (Hendrik‑Ido‑Ambacht) bewijst dat nieuwbouw in Nederland concurrerend kan zijn met China. Voor de 110 m lange, 10,5 m brede eetbare‑olie‑tanker Gentiaan — besteld door de familie Mourik uit Nieuw‑Lekkerland — rekende hij alle kosten door van een casco uit China: makelaarskosten, transport en toezicht op afstand. Zijn conclusie: de totaalprijs van Nederlandse bouw ligt zelfs lager dan die van een Chinees casco.
De Gentiaan is geen standaardcatalogusmodel maar een op maat ontworpen schip, in samenwerking met bureau Gaastmeer en de familie Mourik. Kenmerken zijn roestvaststalen ladingtanks, een RVS 316‑leidingsysteem en een aangepast achterschip naar wens van de eigenaar. De voortstuwing bestaat uit twee Mitsubishi‑hoofdmotoren (geleverd door Olthof) en schroefassen van De Waal.
Het casco komt in drie secties van Scheepswerf Pattje; de RVS‑tanks bouwt Oostwouder Tankbouw en transporteur Rodi brengt ze naar de werf. Na tewaterlating volgt montage van schroefassen bij De Waal, plaatsing van spudpalen door Van Wijk en terugkeer naar Hendrik‑Ido‑Ambacht voor afbouw. Groeneveldt verwacht het casco rond week 36 klaar te hebben; oplevering staat na de winter gepland.
De keuze voor een volledig Nederlands traject is strategisch: bekende leveranciers, directe controle en de mogelijkheid om bouwprocessen per auto te volgen verminderen risico’s en meerkosten die bij Chinees bouwen vaak opduiken. Groeneveldt ziet dit project als voortzetting van zijn sinds 2014 gevoerde beleid om in Nederland te blijven bouwen. Tegelijk benadrukt hij dat de Gentiaan anders is dan de elektrische werkschepen die zijn bedrijf de laatste jaren maakte — hier speelt een traditionele, zware machinekamer weer een hoofdrol. Als voorbeeld van succesvolle samenwerking noemt hij ook de recent opgeleverde Merwestroom.