'Ik beding hoger overliggeld'
In dit artikel:
Jan Vink (2000) is schipper van het drogeladingschip Amiratio (bouwjaar 1961, 70 x 7,18 m, 1.000 ton, Cummins 640 pk, thuishaven Werkendam). Hij vaart sinds 2022 als eigenaar; daarvoor werkte hij op verschillende grotere schepen en koos na de opleiding STC vooral voor leren op zee. Sinds twee jaar vaart hij samen met zijn vrouw Julia; hun dochter Sophie is aan boord geboren, maar het paar overweegt een grotere boot en personeel omdat ze willen dat Sophie naar school kan.
Jan schetst de praktische problemen rond planning op de Nederlandse binnenwateren: sluizen en onvoorspelbare wachtijden in onder meer het Kreekrak en Volkerak maken exacte timing onmogelijk. Om vertragingen en boetes te vermijden plant hij ruim, maar dat kan ook leiden tot urenlang wachten zonder vergoeding. Wanneer een collega via het Kreekrak voer kreeg hij zelf vertraging en moest omvaren via Hansweert.
Financieel speelt het overliggeld een belangrijke rol. Door een onveranderde wet uit 2011 krijgt de branche te lage standaardtarieven, daarom onderhandelt Jan doorgaans 45 euro per overliguur (waarmee hij net zijn risico’s dekt). Een hogere vergoeding is niet altijd af te dwingen; soms probeert hij de vrachtprijs op te vijzelen of neemt hij bewust risico’s, maar afgewezen reizen betekenen ook geen inkomsten.
Jan is lid van de christelijke schippersbond CBOB (nu onderdeel van KBN). Hij waardeert hun werk maar vindt ze te klein en onderbemand; hij pleit voor meer eensgezindheid en collectieve afspraakvorming onder schippers om betere voorwaarden af te dwingen.