Internationale Dag voor Vrouwen in de Maritieme Sector benadrukt belang van veilige werkplekken aan boord
In dit artikel:
Op de Internationale Dag voor Vrouwen in de Maritieme Sector (maandag 18 mei) vragen internationale maritieme organisaties extra aandacht voor de positie van vrouwelijke zeevarenden. Cijfers van de IMO, WISTA en andere sectororganisaties laten zien dat vrouwen wereldwijd zwaar ondervertegenwoordigd zijn: ze vormen rond de 19% van het personeel binnen onderzochte maritieme organisaties, maar nog geen 2% van de actieve zeevarenden. Ook in opleidingen blijft hun aandeel klein.
Nieuw uitgewerkte richtlijnen bij de toepassing van de Maritime Labour Convention (MLC) leggen meer nadruk op fysieke en sociale veiligheid en op praktische voorzieningen aan boord. Concrete aandachtspunten zijn de beschikbaarheid van menstruatieproducten en geschikte afvalverwerking, passende persoonlijke beschermingsmiddelen en kleding voor vrouwen, en maatregelen tegen intimidatie en pesten met heldere procedures voor slachtoffers. Kleine aanpassingen — bijvoorbeeld sanitaire producten in EHBO-kasten of speciale afvalbakken in gedeelde toiletruimtes — worden genoemd als relatief eenvoudige stappen met grote invloed op welzijn en behoud van personeel.
Sinds de MLC-aanpassingen van 2022 is verplicht dat beschermingsmiddelen en werkkleding passend aanwezig zijn voor alle bemanningsleden; dat is zowel een comfort- als een veiligheidskwestie (loshangende kleding bij draaiende machines is gevaarlijk). Voormalig IMO-ambassadeur Sabine Zeller benadrukt dat scheepsontwerp en beleid (zoals kleedruimtes, zwangerschapsregelingen en re-integratie) vanaf de ontwerpfase rekening moeten houden met vrouwen, iets wat nu nog onvoldoende gebeurt. Sectororganisaties roepen reders op deze richtlijnen breed in de praktijk door te voeren om personeelsbehoud en diversiteit te bevorderen.