Jan De Nul laat grootste kabellegger ter wereld te water

dinsdag, 7 april 2026 (17:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

De Belgische waterbouwer Jan De Nul heeft opnieuw een zeer groot kabellegschip te water gelaten: de William Thomson. Het 215 meter lange zusterschip van de in oktober te water gegane Fleeming Jenkin heeft een laadcapaciteit van 28.000 ton, waarmee beide vaartuigen wereldwijd de grootste in hun klasse zijn. Ze zijn specifiek ontwikkeld om onderzeese energie- en verbindingskabels te installeren, zowel in ondiep water als tot ultradiepe wateren van 4.000 meter.

Dankzij de enorme laadcapaciteit kunnen deze schepen langere kabelstrengen in één stuk meenemen, waardoor minder tussenliggende verbindingen nodig zijn en er minder laad- en lossingen hoeven plaats te vinden. Jan De Nul wijst erop dat dit de kosten en ecologische voetafdruk verlaagt en de kwaliteit en betrouwbaarheid van de kabels verbetert. De schepen zijn ontworpen door de eigen specialisten van het bedrijf en gebouwd op de CMHI Haimen-scheepswerf in China. De oplevering van Fleeming Jenkin staat gepland voor het vierde kwartaal van 2026; William Thomson moet in de eerste helft van 2027 operationeel zijn.

De twee installatie‑schepen maken deel uit van een bredere investering in een vijfkoppige ‘kabelvloot’: naast de twee leggers bouwt Jan De Nul drie schepen voor kabelbescherming — twee voor het ingraven en één voor bescherming met rotsbedekking. Direct na indienststelling worden de nieuwe leggers ingezet voor grote projecten, waaronder het 2 GW-programma van netbeheerder TenneT; daarbij worden meer dan 2.800 km gelijkstroomkabels van 525 kV gelegd voor vier aansluitingen. In 2028 zal een van de schepen ook drie 220 kV wisselkabels leggen die het geplande energie-eiland Prinses Elisabeth met het vasteland verbinden, een project dat Jan De Nul in joint venture voor netbeheerder Elia uitvoert.

Technisch heeft de William Thomson drie kabelcarrousels (twee op dek, één onderdeks) en kan tot vier kabels gelijktijdig vervoeren. Het achterdek is uitgerust met een glijgoot, kabelwiel en spanningsapparatuur tot 150 ton voor zowel ondiepe als diepe installatiewerkzaamheden. Milieutechnisch is het schip voorzien van een dubbel uitlaatfiltersysteem (DPF + SCR) dat fijnstof en NOx sterk reduceert; motoren kunnen op biobrandstof of groene methanol draaien. Een hybride installatie met generatoren en een 2,5 MWh‑batterij moet brandstofgebruik en CO2-uitstoot verder terugdringen.

Deze vlootuitbreiding speelt in op de groeiende vraag naar betrouwbare, grootschalige verbindingen voor offshore wind en internationale netinterconnecties, essentieel voor de energietransitie.