Kabinet houdt vast aan woonlandbeginsel, buitenlandse matroos krijgt minder loon

woensdag, 8 april 2026 (14:16) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Het kabinet houdt vast aan het zogenoemde woonlandbeginsel, hoewel het College voor de Rechten van de Mens dit beleid als discriminerend heeft bestempeld. Minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat afwijken van die regel ernstige gevolgen zou hebben voor de Nederlandse maritieme sector.

Het woonlandbeginsel betekent dat bepaalde zeevaartbemanningsleden worden betaald volgens het land waar ze wonen in plaats van volgens de vlag waaronder het schip vaart. Recent onderzoek van Deloitte en The Hague Centre for Strategic Studies laat zien dat dit vooral gevolgen heeft voor bemanningsleden uit de Filipijnen, Indonesië en Oekraïne; in één rekenvoorbeeld zou een Filipijnse matroos zonder het woonlandbeginsel meer dan dubbel zo veel verdienen.

De onderzoekers waarschuwen dat het loslaten van het woonlandbeginsel rederijen flink extra loonkosten zou opleggen, en dat naar schatting 50–70% van de Nederlandse schepen zou overstappen naar een andere vlag. Karremans noemt dat zorgwekkend vanwege het directe verlies aan toegevoegde waarde en banen in Nederland. Daarnaast wijst hij op het strategische belang: Nederlandse vlag geeft de overheid zeggenschap over schepen die in noodsituaties of bij crises ingezet kunnen worden, en verlies van een groot deel van de vloot zou die inzetbaarheid ondermijnen.

De zaak plaatst mensenrechtelijke bezwaren tegenover economische en veiligheidsbelangen, en vormt daarmee een politiek lastige afweging voor het kabinet.