KiM: binnenvaart goedkoper voor samenleving dan wegvervoer
In dit artikel:
Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onderzocht in het rapport "Vervoer en opslag van goederen voor internationale handel in Nederland" de baten en maatschappelijke kosten van handel en logistiek. In 2022 leverde internationale handel Nederland ongeveer €214 miljard aan toegevoegde waarde (bijna 22% van het bbp). Het goederenvervoer zelf droeg €19,7 miljard bij; op- en overslag plus ketenregie voegden nog eens €13,2 miljard toe. Belangrijke knooppunten zijn de Rotterdamse haven en de achterlandverbindingen naar Duitsland en België; terminals en distributiecentra versterken de logistieke positie van Nederland.
Qua externe kosten — zoals luchtvervuiling, CO2, geluid, files en ongevallen — scoort vervoer over water gunstig. Op basis van kengetallen van CE Delft rekent het KiM per 1.000 tonkilometer gemiddeld: wegvervoer €51,42, binnenvaart €22,08, elektrisch spoor €2,49 en gemiddeld spoor circa €6. Ook zijn de additionele infrastructuurkosten bij binnenvaart relatief laag, waardoor vervoer over water goed past bij beleid om vracht van weg naar water en spoor te verplaatsen.
Tegelijk kent de binnenvaart knelpunten: oudere dieselmotoren zorgen voor relatief hoge luchtverontreiniging, soms meer dan modern wegvervoer en duidelijk meer dan spoor. Verder groeit het ruimtebeslag van logistiek: distributiecentra beslaan inmiddels ruim 7.800 hectare, vooral langs corridors in Brabant, Limburg en Gelderland — de zogeheten “verdozing” van het landschap.
Het KiM verwacht dat handel en logistiek blijven groeien, zij het minder explosief dan voorheen; trends als nearshoring, energietransitie en geopolitiek kunnen stromen veranderen. Conclusie: binnenvaart kan een blijvende rol spelen in het Nederlandse achterlandvervoer, mits de vloot verder verduurzaamt om emissies te verminderen.