Kleine zeeschepen hebben zeer gering aandeel in uitstoot
In dit artikel:
Recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, laat zien dat de CO₂-uitstoot van kleine zeeschepen zeer beperkt is in verhouding tot de totale Nederlandse vloot. De studie richtte zich op schepen onder 400 GT — die ongeveer een vijfde van de vloot vormen — en concludeert dat hun bijdragen aan de totale brandstofuitstoot gering zijn, wat gevolgen heeft voor prioritering van beleid.
Kleine zeeschepen zijn veelal sleepboten en werkschepen, vaak in bezit van kapitein-eigenaren. Die eigenaren kunnen financiële obstakels tegenkomen bij het verduurzamen van hun vaartuig: het verkrijgen van leningen, subsidieprocedures en het doorbelasten van extra kosten blijken lastig. Ongeveer 70% van deze schepen vaart onder een buitenlandse vlag maar wordt door Nederlandse bedrijven aangestuurd. Werkschepen gaan steeds vaker elektrisch, met name in beschermde zeegebieden.
Hoewel internationale en EU-regels voor decarbonisatie momenteel vooral gericht zijn op schepen boven 5.000 GT, wil Nederland de grens naar 400 GT verlagen. De KiM-studie benadrukt dat voor schepen onder die grens weinig beleidskaders en beperkte data bestaan. Daarom pleit het onderzoek voor betere vlootinformatie — bijvoorbeeld over voortstuwing, brandstofgebruik en AIS-vaarprofielen — om beleid te kunnen ontwerpen, monitoren en af te stemmen op de praktische mogelijkheden van kleine schepen.