Laatste Nederlandse stormloop van garnalenkotters op Duitse Waddenkust
In dit artikel:
Met ruim zestig kotters trok in november een grote groep Nederlandse garnalenvissers richting de Deense en Duitse Waddenkust — mogelijk de laatste grote uittocht van deze schaal, omdat veel van die vaartuigen al voor de sanering waren aangemeld. Doordat recent tientallen kotters zich meldden voor afvoer, zullen naar verwachting volgend jaar zeker vijftig Nederlandse garnalenkotters niet meer op zee gaan.
De omslag kwam nadat september en oktober wisselende, maar vaak lucratieve maanden waren geweest; begin november zakten de vangsten even in, totdat de vangstgebieden langs de Duitse en Deense wadden plots uitstekende resultaten gaven. Duitse kotters haalden volgens meldingen regelmatig 3.000–5.000 kilo garnalen per tocht, wat Nederlandse vissers aantrok. Half november visten zo’n zestig Nederlandse kotters tussen Helgoland en de Deens/Duitse Waddenkust. Afnemers als Heiploeg en Puul fungeren daarbij als schakel voor informatie en aanlanding.
Aanlandingen vonden vooral plaats in de Duitse havens Büsum, Cuxhaven en Hooksiel; het Deense Havneby wordt slechts beperkt gebruikt. Een praktische reden is de hoge brandstofprijs in Denemarken door een CO2-heffing: bunkeren in Duitsland is veel goedkoper, waardoor kotters daar tanken en ook vaak weekendligplaatsen innemen.
De Deense garnalenvloot blijft klein — zo’n 23 kortere kotters van 15–20 meter — en vist zelden zuidelijker dan Rømø; belangrijkste Deense gebieden zijn Hvide Sande–Esbjerg en rond Fanø. Ondanks de nationale verschillen concurreren en delen de vlootgebieden, marktkanalen en informatie, wat zulke plotselinge verschuivingen van Nederlandse schepen naar Duitse wateren vergemakkelijkt.