Maersk test ethanol als alternatieve scheepsbrandstof
In dit artikel:
Maersk breidt proeven met alternatieve scheepsbrandstoffen uit door aan boord van de Laura Mærsk een mengsel van 50% ethanol en 50% methanol te testen. Het Deense bedrijf had al eerder een E10-blend (10% ethanol, 90% e‑methanol) getest in oktober en november, waarbij geen negatieve effecten op verbranding, smering of motorprestaties werden gevonden. Die uitkomst gaf aanleiding om hogere ethanolpercentages te onderzoeken; na de E50-proef staat een test met pure ethanol (E100) gepland.
De Laura Mærsk, in 2023 opgeleverd en speciaal ontworpen voor methanol, dient als proefplatform om brandstofflexibiliteit binnen Maersks dual‑fuel methanolvloot te vergroten. Maersk ziet meerdere routes naar lage‑emissiebunkers als noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen van de scheepvaart te halen en wil met stapsgewijze proeven inzicht krijgen in motorprestaties en verbrandingsgedrag bij oplopende ethanolpercentages.
Tegelijk kampt de rederij met schaarste aan groene methanol: de wereldwijde productie en haveninfrastructuur groeien minder snel dan de vraag. Maersk verwacht tegen het einde van het jaar 19 methanol‑geschikte schepen in de vaart te hebben en sluit daarom langlopende leveringscontracten, investeert in eigen productie en onderzoekt aanvullende brandstoffen (bio‑/e‑methanol, LNG, vloeibaar biomethaan).
De gebruikte ethanol is anhydre ethanol zoals toegepast in benzine, een markt die grotendeels door de VS en Brazilië wordt gedomineerd. Maersk onderzoekt echter ook de duurzaamheidrisico’s van biobrandstoffen — zoals ontbossing, landconversie en voedselconcurrentie — en neemt strengere eisen voor emissieberekening, certificering en verantwoorde inkoop mee in de afweging of ethanol onderdeel kan worden van de toekomstige brandstofmix.