Meer tong voor Nederlandse vissers, maar haring en makreel krijgen strenge quota
In dit artikel:
EU-lidstaten hebben overeenstemming bereikt over de vangstmogelijkheden voor 2026, met grote gevolgen voor Nederlandse vissers: het quotum voor tong stijgt voor Nederland met ongeveer 25%, terwijl bij meerdere pelagische soorten (zoals haring en makreel) de toegestane vangsten fors omlaag gaan.
Wat en waar: voor de Noordzee en aangrenzende wateren (Skagerrak, Kanaal) gelden specifieke aanpassingen. Noordzeeharing krijgt een vermindering van circa 20% in 2026, mede als gevolg van een nieuwe verdeelsleutel tussen EU, VK en Noorwegen. Voor makreel en blauwe wijting zijn er eveneens zorgelijke dalingen; voor makreel is nog geen definitief akkoord bereikt met betrokken kuststaten (VK, Noorwegen, Faeröer, IJsland), waardoor de Raad een tijdelijk quotum op basis van wetenschappelijk advies heeft vastgesteld zodat vissers kunnen blijven uitvaren.
Belangrijke aanvullende besluiten: het quotum voor Noordzeekabeljauw gaat met 44% omlaag wegens de slechte staat van dat bestand, en de real time closures (RTC) voor kabeljauw worden aangescherpt om gebieden tijdelijk te sluiten bij veel ondermaatse vangst. Voor rog, tarbot/griet en langoustines gelden nationale quota. In het Kanaal, Skagerrak en delen van de Noordzee zijn afspraken tussen producentenorganisaties gemaakt over maximale aanvoeren per schip. Ook is besloten Haagse preferenties — die Ierse vissers extra vangst zou geven — niet toe te kennen, om andere EU-vloten te beschermen bij afnemende pelagische bestanden.
Reacties: staatssecretaris Jean Rummenie (LVVN) spreekt van een teleurstelling voor pelagische sectoren maar is “tevreden dat er een akkoord ligt” en wijst op plusjes voor tong en zeebaars. Tim Heddema (Pelagic Freezer Trawler Association / Redersvereniging) prijst de Nederlandse onderhandelingsinzet en waarschuwt dat 2026 “een zwaar jaar” wordt voor de pelagische visserij; internationale afspraken zijn nodig om overbevissing door niet-EU-landen te voorkomen.
Waarom dit belangrijk is: de besluiten moeten zowel visbestanden herstellen als eerlijke verdeling tussen landen waarborgen; ze betekenen financiële en operationele druk voor vissers, vooral in de pelagische sector, terwijl sommige demersale sectoren (tong, zeebaars) juist ruimte krijgen om op te bouwen.