Met een koppelverband en een 135-meter op een droge Rijn: 'Eén foutje en je zit aan de grond'
In dit artikel:
De broers Arnold en Jeroen Woortman merken tijdens hun reizen over de Rijn direct de gevolgen van de aanhoudende droogte. De rivier is op veel plaatsen smaller en ondieper geworden, waardoor grote schepen minder vracht kunnen meenemen en voorzichtiger moeten varen.
Arnold vaart met het 172 meter lange koppelverband Samary van Wesel naar Rotterdam om kolen te laden voor ThyssenKrupp in Duisburg. Op een laadvermogen van 5300 ton kan hij nu waarschijnlijk slechts ongeveer 1750 ton meenemen. Door ballast te gebruiken, houdt hij het schip recht en voorkomt hij dat de roeren te diep liggen. Hij ontvangt naast de basisvracht een laagwatertoeslag, waardoor zijn inkomsten volgens hem op peil blijven. Wel is het op de drukke rivier extra opletten: door de geringe waterdiepte ontstaat meer zuiging en kan één fout ertoe leiden dat het schip aan de grond loopt.
Jeroen vaart met de 135 meter lange Ensemble stroomopwaarts bij Düsseldorf, met containers voor Straatsburg. Hoewel het schip bijna 3960 ton kan laden, vervoert hij nu slechts 500 tot 550 ton. De containers worden voorin geplaatst om de diepgang van het schip op ongeveer 1,25 meter te houden; meer diepgang is richting Straatsburg momenteel niet verantwoord. Omdat hij in de huur vaart, krijgt hij geen laagwatertoeslag en verandert er financieel niets.
Inhalen en passeren duurt langer doordat schepen meer zuiging van de rivierbodem ondervinden. Op sommige smalle gedeelten kunnen tegemoetkomende schepen elkaar nauwelijks veilig passeren. Vooral tussen de Nederlandse grens en Duisburg is het volgens Jeroen uitzonderlijk druk, terwijl het stroomopwaarts snel rustiger wordt. Hij verwacht Straatsburg nog te kunnen bereiken en terugkeren, maar als het water verder daalt, moeten beide schepen mogelijk hun route inkorten of beneden Koblenz blijven.
De Oranjezomer: Moet Xavi bellen met Memphis Depay? 'Hij moet hem afbellen!'