Miljoenen voor sanering Duitse kottervloot
In dit artikel:
De Duitse kottervloot moet de komende jaren flink inkrimpen en de Bondsregering trekt daar €20 miljoen voor uit. Het budget wordt in drie ronden verdeeld (eerste €12 mln, daarna twee keer €4 mln) en is voor 75% bestemd voor de garnalenvloot en voor 25% voor platvisvissers. Volgens Philipp Oberdörffer, visserijadviseur bij de Kamer van Koophandel in Nedersaksen, is er met het beschikbare geld ruimte om circa 50–60 garnalenschepen af te voeren; al 48 aanvragen zijn binnen. Van de platvissector zijn veel minder aanmeldingen te verwachten: tot nu toe slechts twee, onder meer omdat veel Duitse vissers niet aan de eis van 90 zeedagen in de twee jaar voorafgaand aan de regeling voldoen (in Nederland is die grens 58 dagen).
Net als in Nederland kampen kottervissers met kleiner wordende visgebieden door windparken en natuurreservaten, strengere quota, vermoedelijke overbevissing en klimaatverandering. Daarnaast drukken oplopende kosten, lagere vangsten en gebrek aan opvolging op de sector.
De voorwaarden en uitkoopbedragen verschillen duidelijk tussen Duitsland en Nederland. Duitsland hanteert een basisbedrag van €13.300 per gt, maar betaalt alleen voor schepen die in vaarklare toestand en zoals ze hun laatste reis maakten worden ingeleverd; bovendien geldt een aftrek van 0,75% per levensjaar van het schip. In Nederland worden kotters anders afgerekend en wordt vaak de staalopbrengst van de uitbetaling afgetrokken. Een rekenvoorbeeld in het artikel laat zien dat een kotter van 45 ton en 150 visdagen in Duitsland door leeftijdsaftrek ruim €200.000 minder kan ontvangen dan in Nederland.
Tot slot ontbreekt het in Duitsland aan sloopcapaciteit: er is praktisch één gecertificeerde sloopwerf (EWD Benli Recycling in Emden) en hoewel recent een tweede certificering werd afgerond, is die capaciteit tot nu toe volledig opgeslokt door grote recyclingopdrachten voor windturbines, waardoor nog geen schepen werden gesloopt. Daardoor blijft afbouw van de vloot logistiek lastig, naast de financiële en administratieve belemmeringen.