Mooie reizen op kabeljauw uit noordelijke Noordzee

dinsdag, 4 augustus 2026 (17:31) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Een kleine groep Nederlandse vissers is in juni en juli naar de noordelijke Noordzee gevaren, waar goede kabeljauwvangsten werden behaald. Kabeljauw komt in de zuidelijke en centrale Noordzee nog maar weinig voor, maar is vanaf ongeveer de 59e breedtegraad goed te vangen. Nederland beschikt bovendien over kabeljauwquotum dat doorgaans vooral door bijvangst wordt benut, waardoor ruimte is voor gerichte visserij.

De meeste Nederlandse kotters en flyshooters blijven vanwege hun vaste werkritme van zondagavond tot vrijdag thuis in de weekenden. Slechts enkele schepen maken langere reizen. Zo keerde de flyshooter SL-9 Johanna van rederij Vrolijk op 21 juli terug in Scheveningen na haar derde reis naar het noorden. Het schip, onder leiding van schipper Arco van Duijn, viste ruim vier etmalen ten zuidoosten van Shetland, boven de 59e breedtegraad. Heen en terug legde de bemanning daarvoor meer dan 450 mijl af.

Ook de Urker flyshooters UK-24, UK-37, UK-150, UK-153 en UK-205 waren actief in het gebied. Zij voerden hun vangsten aan in onder meer IJmuiden, Urk en het Deense Thyborøn, dat door de kortere vaarafstand gunstig ligt. De UK-150 bracht daar begin juli ruim 12 ton kabeljauw aan land; de UK-205 bleef soms in Lerwick om dichter bij de visgronden te zijn.

De Nederlandse schepen deelden de noordelijke bestekken met Schotse vissers. Die trokken in juni en juli juist naar gebieden zuidelijk en oostelijk van hun gebruikelijke wateren, waar zij vooral schelvis vingen en nauwelijks zeeduivel aantroffen. Mogelijk wilden zij druk op hun eigen visgronden en het beperkte zeeduivelquotum vermijden.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Astrid Holleeder reageert op overplaatsing van broer Willem naar minder strenge gevangenis