Nederlandse havens kunnen groei offshoresector niet bijbenen
In dit artikel:
Een nieuw rapport van Royal Haskoning, in opdracht van TKI Offshore Energy en RVO, waarschuwt dat de geplande uitbreiding van offshore-windparken in Nederland onder druk komt te staan omdat havenfaciliteiten niet snel genoeg meegroeien of efficiënter worden. Volgens de onderzoekers is de uitbreiding van windparken op zee al sneller dan de ontwikkeling van kades, terminals en logistiek die nodig zijn om onderdelen aan te voeren, te monteren en op schepen te laden. Vooral in de eerste jaren van het volgende decennium worden grote knelpunten verwacht.
De Nederlandse doelstelling — 40 tot 70 GW aan offshore-wind voor 2050 — en de wens van veel buitenlandse ontwikkelaars om Nederlandse havens te gebruiken verhogen de druk: ongeveer driekwart van de via Nederlandse havens verwerkte projecten komt uit het buitenland. Nu is er circa 120 hectare terminalruimte beschikbaar (onder andere in Vlissingen, Amsterdam en Eemshaven) en nog ongeveer 100 hectare in ontwikkeling. Rotterdam plant een nieuwe offshoreterminal van circa 45 hectare die in 2029 operationeel moet zijn; ook een mogelijke Derde Maasvlakte wordt onderzocht.
Het rapport benadrukt dat uitbreiding van oppervlak alleen niet volstaat. Grotere en zwaardere turbines vragen om kades met hoge draagkracht, diepere ligplaatsen, meer opslag en betere ontsluiting, én bedrijfscapaciteit die snel kan inspelen op weersafhankelijke piekmomenten. Efficiëntere ketens, gedeelde data en slim schakelen tussen terminals zijn noodzakelijk om de verwachte vraag op te vangen. Blijft dat achterwege, dan dreigen havens zelf het bottleneck te worden voor de energietransitie.