Nieuwe CO₂-route biedt kansen voor scheepvaart en terminals
In dit artikel:
North Sea Port werkt samen met LBC Tank Terminals en Associated British Ports (ABP) aan een nieuwe scheepvaartcorridor om afgevangen CO₂ van het Europese vasteland naar permanente opslaglocaties onder de Noordzee bij het VK te vervoeren. De route loopt via een tijdelijke opslag- en overslagplek van LBC in Vlissingen en een geplande CO₂-terminal in Immingham, gekoppeld aan het Britse Viking CCS‑cluster. Doel is zowel CO₂-uitstoot te verminderen als nieuwe ladingstromen, infrastructuur en maritieme markten te creëren.
LBC ziet Vlissingen als centraal knooppunt met directe toegang tot zee en verbindingen naar het achterland, waaronder het Ruhrgebied; ABP investeert in Immingham voor de overslag naar Britse opslagvelden. Speciale tankers voor vloeibare CO₂ krijgen zo een rol in korte en middellange zeevrachten. Radboud Godron (LBC) noemt het “het begin van een nieuwe transportketen voor CO₂ per schip”; Cas König (North Sea Port) wijst op de schaalbaarheid en flexibiliteit van de oplossing.
Economisch vraagt het project om duidelijke regelgeving, certificering en goed functionerende ketens van afvang, transport en opslag; studies tonen aan dat een pan‑Europese aanpak kosten kan drukken. LBC bouwt ook via een overeenkomst met duisport aan een inland‑terminal in Duisburg, waarmee een corridor van het Ruhrgebied via Vlissingen naar Britse opslag ontstaat. Voor havens en reders biedt dit nieuwe zakelijke kansen binnen de energietransitie; North Sea Port streeft naar klimaatneutraliteit rond 2050.