Noordzeelanden willen samen windmolenparken bouwen op zee
In dit artikel:
Energiministers van België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk spraken maandag 26 januari in Hamburg af om gezamenlijk grensoverschrijdende windmolenparken in de Noordzee mogelijk te maken. Doel is van de Noordzee “de grootste hub voor groene energie ter wereld” te maken, met uiteindelijk 300 gigawatt aan capaciteit in 2050 (ongeveer 300 miljoen huishoudens aan gebruik). Een centrale pijler is dat windparken meerdere landen tegelijk kunnen voeden; voor dit model mikken de ministers op 100 GW, en het eerste project met 20 GW moet al uiterlijk 2027 van start gaan.
De landen erkennen dat ontwikkelaars door moeilijke marktomstandigheden en hoge kosten wegblijven — Nederland ontving zelfs geen biedingen op een subsidievrije locatie en heeft zijn eigen offshore-doelen naar beneden bijgesteld. Daarom willen de ministers bij de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank pleiten voor financieringsmogelijkheden en tegelijk procedures voor vergunningen versoepelen. Ook staat de veiligheid van onderzeese stroomkabels en de digitale en fysieke beveiliging van de Noordzeeinfrastructuur hoog op de agenda.