Noorse hoogleraar: 'De maritieme industrie gaat de nucleaire industrie veranderen'
In dit artikel:
Hans Petter Hildre, hoogleraar aan NTNU, waarschuwde tijdens een conferentie in Ålesund dat de rekensom voor zero-emissievaart in Noorwegen niet klopt: zuiver elektrisch of op ammoniak varen is op nationale schaal praktisch onhaalbaar. Schepen >1.000 GT in de Noorse exclusieve economische zone stoten jaarlijks circa 4,5 megaton CO2 uit; overschakelen op ammoniak zou 25–30% van de Noorse waterkrachtproductie vergen. Alleen al de offshorevloot vraagt 6,8% en inclusief visserij loopt dat op tot 12,8%. Zelfs de wettelijke eis om de offshore-uitstoot met 40% te verminderen tegen 2040 vereist nog 2,7% van alle beschikbare waterkracht. Hildres conclusie: “Niet kernenergie redt de scheepvaart, de scheepvaart redt de kernenergie.”
Rederibarometer 2026 (95 scheepseigenaren) toont dat reders in nieuwbouw vooral inzetten op MGO, batterijen en biobrandstof; ammoniak en waterstof worden grotendeels als onwaarschijnlijk gezien. Dat ondersteunt Hildres stelling dat er nu geen schaalbaar alternatief bestaat en dat kernenergie serieus onderzocht moet worden.
Centraal in zijn betoog staat SFI SAINT, het door NTNU geleide internationale consortium met universiteiten (Berkeley, KTH, Imperial), onderzoeksinstituten (SINTEF, DNV), reactor- en turbinemakers (Kairos Power, Emerald Nuclear, Siemens Energy), rederijen (Knutsen OAS, Island Offshore) en zelfs Amazon. Hildre legt het economische argument: first-of-a-kind SMR’s kosten nu $80–150/MWh, met een doel van $50–80; marine diesel kost $180–250/MWh. Serieproductie en leereffecten kunnen die kosten omlaag brengen, zoals gebeurde bij zonne-energie.
Een belangrijke doorbraak is het Amerikaanse regelgevingskader 10 CFR Part 53 (in werking sinds maart 2026), dat certificatie van reactorontwerpen losmaakt van de locatie. Dat maakt het haalbaar hetzelfde SMR-ontwerp in meerdere schepen te gebruiken zonder per schip volledige herkeuringen, wat schaalproductie economisch aantrekkelijker maakt.
Technische en operationele uitdagingen blijven: een schip is een bewegend platform met golven, trillingen en variabele koelwatertemperaturen; veiligheidsfuncties moeten onder deze omstandigheden aantoonbaar werken. Integratie vraagt strikt gescheiden nucleaire en maritieme besturingssystemen, terwijl de bemanning het geheel als één systeem moet kunnen bedienen. NTNU bouwt daarom een simulatorcentrum met brug, machinekamer en remote operation centre om gecombineerde training en leerprocessen mogelijk te maken.
Tijdlijn: rederijen zoals Knutsen plannen een demonstratieschip in 2033; Island Offshore wil nog eerder beginnen vanuit Ålesund. Hildre gelooft dat de maritieme sector—praktisch, innovatief en samenwerkend—de nucleaire industrie kan veranderen door massaproductie en operationele toepassing van SMR’s.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen neemt het op voor Molukkers: 'Betaal het pensioen waar ze recht op hadden alsnog uit'