Ondanks nieuw verdrag gaat leeuwendeel oude schepen toch naar sloopstranden
In dit artikel:
Een recent in werking getreden internationaal verdrag (de Hongkongconventie) heeft het slopen van schepen wereldwijd niet veiliger of milieuvriendelijker gemaakt, stelt het NGO Shipbreaking Platform. Ondanks de inwerkingtreding afgelopen juni ging in het afgelopen jaar nog altijd 85% van het slooptonnage naar de beruchte strandwerven in Bangladesh, India en Pakistan. Bij sloopwerkzaamheden in Zuid-Azië kwamen vorig jaar elf werknemers om het leven en raakten minstens 62 anderen gewond.
Het Platform oordeelt dat de conventie geen afdoende normen biedt en dringt er bij de IMO op aan de regels aan te scherpen, onder meer om de gevaarlijke beaching-methode uit te faseren. Op de door het Platform samengestelde ‘Dumpers List’ staan China (21 naar Zuid-Azië afgevoerde schepen) bovenaan, gevolgd door Zuid-Korea (19) en de VAE (17). Als grootste individuele vervuiler wordt de Griekse redersmagnaat Vangelis Marinakis genoemd; ook grote rederijen als MSC, NYK Line, Mitsui OSK, Hyundai LNG Shipping en Odfjell verschijnen op de lijst.
Het Platform waarschuwt verder voor een groeiende achterstand aan oude schepen die nog gesloopt moeten worden, en voor een omvangrijke ‘schaduwvloot’ — tankers en andere vaartuigen die illegaal varen of via omstreden transacties worden doorverkocht — die misstanden en het omzeilen van veiligheids- en milieuregels bij de sloop kan vergroten. Lokale gemeenschappen, werknemers en kwetsbare kustecosystemen blijven daardoor ernstig risico lopen.