Opinie: varen op de erfenis van 1952
In dit artikel:
De binnenvaart profileert zich als een innovatieve en veerkrachtige sector, maar haar historische fiscale voordelen belemmeren volgens Bart Bouwens juist de noodzakelijke verduurzaming. Sinds het Gasolieprotocol van 1952 gebruikt de commerciële binnenvaart accijnsvrije gasolie. In combinatie met het verbod op tolheffing op de Rijn heeft dat de sector jarenlang een concurrentievoordeel tegenover het wegtransport gegeven.
Die regeling zorgt nu voor een beperkte prikkel om over te stappen op schonere technieken. Wie op fossiele gasolie blijft varen, betaalt geen accijns, terwijl walstroom en elektrisch varen wel met energiebelasting worden belast. Daardoor wordt verduurzaming relatief onaantrekkelijk en komt de rekening van decennialange fiscale bescherming alsnog bij de sector terecht.
Daarnaast maakt de sterke prijsconcurrentie de binnenvaart volgens de auteur minder aantrekkelijk voor verladers. Bij normale waterstanden worden tarieven soms zeer laag, terwijl bij laagwater hoge toeslagen ontstaan. Die schommelingen vergroten de onzekerheid en kunnen bedrijven richting het stabielere wegtransport duwen. De sector verwijt de politiek geregeld gebrek aan steun, maar slaagt er zelf onvoldoende in om gezamenlijk stabiele tarieven en langlopende contracten af te dwingen.
Bouwens pleit daarom voor een gezamenlijke koerswijziging: de binnenvaart moet haar privileges niet alleen verdedigen, maar ze benutten om de sector collectief te moderniseren en toekomstbestendige afspraken te maken. Het stuk maakt deel uit van een zesdelige reeks over de structurele problemen rond de Rijn en het logistieke systeem.
Vandaag Inside: René van der Gijp vol bewondering: ‘Verstappen en Russell zijn echt kunstenaars!’