Oplevering Canal Seine-Nord loopt drie jaar vertraging op en kost veel meer dan verwacht

vrijdag, 6 februari 2026 (15:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Het Canal Seine‑Nord Europe wordt niet meer in 2030, maar pas in 2033 opgeleverd. Hoewel op enkele locaties al graafwerk is begonnen, liggen de echt grote werken — zoals het plaatsen van sluizen, bruggen en grote uitgravingen — nog in het verschiet; die beginnen naar verwachting niet vóór volgend jaar, en de bredere bouwfasen worden pas vanaf circa 2027 gepland.

Het nieuwe kanaal verbindt de Seine met de Schelde en vervangt het oudere Canal du Nord; het is bedoeld voor duwvaart tot 4.400 ton tussen Parijs en België. Het project omvat onder meer zeven sluizen, drie aquaducten (waaronder het langste van Europa), zo’n zestig weg‑ en spoorovergangen, vier binnenhavens en een waterreservoir van 14 miljoen m³.

Het tracé loopt door vier departementen in Hauts‑de‑France en raakt 64 gemeenten; lokale protesten en politieke tegenstand hebben al herhaaldelijk vertragingen veroorzaakt. De kosten zijn sinds de eerdere raming van €5,1 miljard (2019) sterk gestegen en worden nu op ongeveer €7,3 miljard geschat. Oorzaken zijn inflatie — versneld door de oorlog in Oekraïne en gevolgprijzenstijgingen van 30–50% voor materialen — plus strengere milieu‑ en veiligheidseisen.

De Europese Unie blijft financier en heeft haar aandeel verhoogd van 40% naar 50%; zij betaalt in ieder geval €868 miljoen tot eind 2027. Het resterende deel komt voor rekening van Franse lokale overheden, havens en andere partners. De EU benadrukt dat het project prioriteit blijft krijgen, ondanks de uitloop en hogere kosten.