Overal waar u vaart: plannen in een flexibele sector
In dit artikel:
Bij de sluis van Terneuzen botst praktijk vaak op plannen — sinds de aanleg van de Nieuwe Sluis is daar de Plantool Terneuzen bijgekomen, een digitaal planningsinstrument dat doorvaart voorspelbaarder moet maken, wachttijden moet beperken en de doorstroming efficiënter wil organiseren. Onlangs hield Koninklijke Binnenvaart Nederland een spreekuur over de tool; 34 binnenvaartondernemers, medewerkers van Rijkswaterstaat (Verkeer- en Watermanagement), de regiocoördinator Zeeland en de auteur namen deel. Dat zegt genoeg: het onderwerp leeft.
De reacties waren overwegend kritisch. Veel schippers vragen zich af waarom een digitaal schema tussen hen en hun ervaring in moet komen — binnenvaarters varen al jarenlang op intuïtie, flexibiliteit en lokale kennis. Historisch gezien is de Plantool niet vanuit de sectorgevraagd ontstaan maar uit noodzaak: tijdens de bouw van de Nieuwe Sluis was sluiscapaciteit schaars en regie onmisbaar, en toen heeft de tool zijn nut bewezen. Nu de bouw voorbij is, wordt de vraag opnieuw gesteld of de tool blijvend nodig is. Meningen zijn verdeeld: sommigen prijzen de betere voorspelbaarheid en afstemming, anderen zien het als extra bureaucratie en beperking van hun bewegingsvrijheid.
Belangrijker dan techniek blijkt het gesprek zelf: kritiek komt vaak voort uit betrokkenheid en behoefte aan uitleg over wat het de ondernemer oplevert. Tegelijkertijd illustreerde de recente inzet van een ijsbreker op het IJsselmeer dat onverwachte omstandigheden snel terug kunnen keren en dat flexibiliteit diep in de sector verankerd is. De grote opgave is daarom de twee werelden te verbinden — plannen en flexibiliteit — zonder de ene de andere te verdringen. De kernvraag voor de Plantool is vertrouwen: tussen systeem en schipper, tussen planning en praktijk. Het gesprek over nut, richting en gebruik moet doorgaan om die brug te slaan. Goede vaart en een goed 2026 gewenst.