Overal waar u vaart: 'The polluter pays'

donderdag, 4 juni 2026 (10:02) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Tijdens een recent CDNI-overleg versprak de auteur zich en zei per ongeluk dat degene die betaalt ook vervuilt, een verspreking die onverwacht scherp de huidige praktijk treffend samenvat. Het CDNI-verdrag regelt de inzameling en afgifte van afval in de binnenvaart op de Rijn en aangesloten wateren en rust op één centraal Europees principe: de vervuiler betaalt. Het verdrag onderscheidt drie categorieën afval: Deel A (olie- en vethoudend afval) wordt collectief gefinancierd via een toeslag op gebunkerde brandstof, zodat schepen zonder directe betaling kunnen afgeven; Deel C (huishoudelijk/operationeel afval) draait logisch genoeg om betaling door degene die het afval produceert, meestal de schipper of exploitant; Deel B (ladinggerelateerd afval) is bedoeld om door de ladingbelanghebbende te worden geregeld en bekostigd.

In de praktijk wijkt dat vaak af: vervoerders nemen regelmatig zelf reiniging en kosten voor hun rekening — van schrobben en wassen van ruimten tot het bewaren van waswater aan boord en soms onjuiste ontgassing — wat hun operationele vrijheid beperkt en milieurisico's met zich meebrengt. Die bereidwilligheid leidt ertoe dat terminals, verladers en ontvangers vaker de verantwoordelijkheid ontwijken en profiteren van de hulpvaardigheid van vervoerders.

De schrijver waarschuwt dat deze praktijk het CDNI-principe ondermijnt en dat het systeem bedoeld is om verantwoordelijkheid eerlijk te verdelen. Als men gaat denken dat wie betaalt ook mag vervuilen, gaat de kern van het verdrag verloren — uiteindelijk betaalt en lijdt iemand de consequenties, vroeg of laat. De oproep is helder: gebruik het georganiseerde afgiftesysteem zoals bedoeld en laat de vervuiler de rekening dragen.