Pelagische trawlervloot puzzelt en zoekt zich suf door vangstbeperkingen
In dit artikel:
De krappe vangstquota voor pelagische soorten dwingt Nederlandse trawlers dit jaar tot omslachtige planning: in plaats van gezamenlijk vroeg in het jaar één koers te kiezen, moeten rederijen nu per schip en tocht bepalen welke soort wanneer en waar te vangen. Makreel, blauwe wijting en haring zijn de hoofdsoorten, maar de toereikendheid van de quota verschilt sterk.
Begin januari vertrokken vijf vriestrawlers op verschillende momenten naar uiteenlopende wateren. De SCH-6 Alida voer vanuit Scheveningen via Las Palmas richting Mauritanië; de SCH-23 Wiron 6 lag nog in Las Palmas (9 januari); de SCH-302 vist noordwestelijk van de Schotse Hebriden; de KW-172 Dirk Dirk koos een gebied zo’n 100 mijl west van Brest; en de SCH-24 Afrika en SCH-123 Zeeland (rederij Vrolijk) zoeken hun kansen in het westelijke deel van de Baai van de Seine naast collega’s SCH-65, SCH-99 en SCH-135, waarvan de laatstgenoemden als flyshooters op inktvis jagen.
Bij de SCH-123, die 6 januari uit Scheveningen vertrok, overheersen gemengde gevoelens over de nieuw toegekende quota. De reducties zijn fors: het makreelquotum is met circa 70% verminderd, blauwe wijting met ongeveer 41% en Noordzeeharing met zo’n 20% ten opzichte van 2025. Dat dwingt bemanningen tot aanpassing van seizoenplanning en vistechniek. Tweede stuurman Niek Marijs vat de stemming samen: “Het wordt dit jaar niet makkelijk.”
Bemanningswisselingen en inzet van schepen onder verschillende vlaggen spelen ook een rol. Marijs, afkomstig uit een traditionele boomkorkotterfamilie, zeilt inmiddels zes jaar bij Vrolijk; collega Perres Grootjans is dit keer mee op de Duits gevlagde ROS-171 Maartje Theadora van rederij P&P, die in de Noorse Zee op ongeveer 70° breedte vist, zo’n 200 mijl oost van Jan Mayen.
Operationeel betekent de focus op haring voor schepen als de SCH-123 vaak ook sprake van bijvangst zoals horsmakreel, dat dit jaar alleen nog als bijvangst mag worden aangevoerd met een klein apart quotum. Na haringstoten staat vaak blauwe wijting op het programma in gebieden als de Golf van Biskaje; daarvoor gebruiken trawlers hetzelfde nettype maar wel een steviger achternet (codend) omdat blauwe wijting bij het binnenhalen meer druk op de mazen zet.
Op de afzetmarkt verschuiven tradities: waar Afrika vroeger een belangrijk marktgebied voor makreel was, zijn EU-landen, Oekraïne en Azië nu grote bestemmingen. Ook voor blauwe wijting en horsmakreel geldt dat Afrika en Azië belangrijke afzetgebieden zijn. Zowel Nederlandse als in Nederlandse handen zijnde buitenlandse vriestrawlers blijven zo bijdragen aan de mondiale voedselvoorziening, ondanks de strakkere nationale quota.