Resterende 1,2 procent zeebodembescherming op de Nederlandse Noordzee alsnog ingevuld
In dit artikel:
Staatssecretaris Jean Rummenie heeft op 9 februari de Tweede Kamer geïnformeerd over de invulling van de resterende 1,2 procent zeebodembescherming op het Nederlandse deel van de Noordzee. Doel is om volgens het Noordzeeakkoord en Europese natuurregels (Vogel- en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de Natuurherstelverordening) in 2030 minimaal 15% van de Noordzee vrij te houden van bodemberoerende visserij; in 2023 bedroeg dat 13,8%.
Rummenie koos voor sluitingen in drie gebieden: een extra afsluiting van circa 294 km² op de Doggersbank (0,5%), een uitbreiding van ongeveer 176 km² op het Friese Front (0,3%) — dit laatste als alternatief dat door de sector zelf was voorgesteld — en een al langer geplande sluiting van circa 240 km² in de Voordelta (0,4%). Deze locaties moeten ecologisch waardevolle habitat beschermen, maar raken ook de visserij: vooral de scholvisserij voelt nadelige effecten, waarbij Nederlandse kotters relatief beperkt verlies lijden, maar buitenlandse schepen grotere omzetderving kunnen ervaren met gevolgen voor de hele Nederlandse keten.
De visserijsector kon niet volledig instemmen met het pakket vanwege de cumulatieve druk op productieve visgronden; de Nederlandse Vissersbond waarschuwt dat het krimpen van viswater het verdienmodel van vissers ondermijnt. Rummenie zegt begrip te hebben voor die zorgen en heeft daarom bij de locatiekeuze rekening gehouden met vaarroutes, zodat er tussen noordelijke en zuidelijke beschermingszones op de Doggersbank een open strook blijft om west‑oost te passeren.
Realisatie duurt nog enkele jaren: buiten de 3-mijlszone moeten andere EU-lidstaten instemmen en de Europese Commissie de aanbeveling omzetten in regelgeving. Men verwacht dat die procedure binnen de 2030-deadline kan worden afgerond.