Rijkswaterstaat plant en werkt stug door aan vaarwegen: 'We moeten uit de negatieve spiraal'
In dit artikel:
Rijkswaterstaat staat dit jaar voor een reeks omvangrijke werken aan het weg- en waternetwerk, maar waarschuwt dat veel plannen afhankelijk zijn van extra rijkssubsidie. COO Louis Schouwstra benadrukt dat projecten zoals de Brug over de Noord, de Krammersluizen, de Papendrechtsebrug en de sluis bij Panheel nu worden opgepakt, terwijl tegelijkertijd al wordt voorbereid op nog meer klussen waarvoor nog geen budget is toegewezen. “Als het geld er niet komt, gaan een heleboel projecten die nu in de voorbereiding zijn, gewoon niet door,” zegt Schouwstra.
De aanleiding is bekend uit het eind vorig jaar gepresenteerde rapport Staat van de Infrastructuur: veel kunstwerken naderen het einde van hun levensduur en worden zwaarder belast dan ooit. Hogere gewichten van vrachtwagens en intensiever gebruik vragen meer onderhoud en vervanging. Storingen verminderen weliswaar in aantal ten opzichte van 2024, maar blijven veel tijd, mankracht en geld opslokken, waardoor Rijkswaterstaat in een negatieve spiraal terechtkomt en structurele vernieuwing onder druk komt te staan.
Om effectiever te werken, kiest Rijkswaterstaat voor meer efficiëntie aan de uitvoeringszijde. Men zet herhaalteams in die ervaring van eerdere projecten meenemen (bijvoorbeeld dezelfde ploeg die eerst de Spijkenissebrug aanpakte nu op de Brug over de Noord), en bundelt vergelijkbare objecten in ‘treintjes’ binnen corridors — zoals Project Tilburg 3, waar 57 bruggen en sluizen vernieuwd worden. Dat moet leiden tot snellere uitvoering en minder verstoring van scheepvaart en verkeer.
Daarnaast wordt de relatie met de maritieme sector actief versterkt: Rijkswaterstaat zoekt vaker het gesprek om operationele knelpunten te verminderen. Als voorbeeld noemt Schouwstra aanpassingen in de planning rond de Papendrechtsebrug om de scheepsbouw (met veel doorvaart van superjachten) minder te hinderen; over de vernieuwing van de Krammersluizen is eveneens intensief overlegd met stakeholders.
De urgente financiële vraag blijft echter leidend. Rijkswaterstaat rekent voor dat er tot 2038 een tekort van ongeveer 34,5 miljard euro dreigt voor hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem. Schouwstra waarschuwt dat bij uitblijven van extra middelen de organisatie alleen nog correctief onderhoud kan doen en veel voorbereidende projecten moet afblazen. De oproep is duidelijk gericht aan het nieuw te vormen kabinet: nu beslissen over structurele financiering, anders stokt de vernieuwing van cruciale infrastructuur.