Rijkswaterstaat zet streep door baggeraanbesteding hoofdvaarwegennet: 'Middelen ontoereikend'
In dit artikel:
Rijkswaterstaat heeft de aanbesteding voor meerjarig baggeronderhoud in Zuid-Nederland en de Zeeuwse regio Zee & Delta voortijdig stopgezet. Het ging om een raamovereenkomst van zes jaar, gepubliceerd in oktober vorig jaar, met een maximaal plafond van ruim 104 miljoen euro en een indicatieve waarde rond 43 miljoen. Twee percelen zouden worden gegund: één voor Zuid-Nederland en één voor Zee & Delta.
De scope besloeg een groot deel van het hoofdvaarwegennet in het zuiden, waaronder onder meer de Zuid‑Willemsvaart, het Julianakanaal, de Bergsche Maas en het Máximakanaal, en in Zeeland/West‑Brabant de Oosterschelde, Westerschelde, het Kanaal door Zuid‑Beveland, het Volkerak‑Zoommeer en het Schelde‑Rijnkanaal. Naast het baggerwerk zelf waren ook transport en verwerking van baggerspecie, hydrografische metingen, bodemonderzoek, vergunningverlening en opsporing van niet‑gesprongen explosieven onderdeel van de opdracht. Rijkswaterstaat had de onderhoudsopgave bewust als ‘variabel’ ingericht om jaarlijks op wisselende behoeften te kunnen inspelen.
Voor deze complexe opdracht was gekozen voor een concurrentiegerichte dialoog om samen met de markt tot de beste contractinvulling te komen. Op TenderNed staat als reden voor de stillegging dat de opdrachtgever het besluit heeft genomen vanwege ontoereikende middelen. Wat precies de oorzaak van het tekort is en welke gevolgen dit heeft voor het geplande baggeronderhoud, is nog onduidelijk. Infrasite vroeg om nadere toelichting; een inhoudelijke reactie van Rijkswaterstaat wordt volgende week verwacht. Mogelijke vervolgvragen zijn welke werkzaamheden uitgesteld worden en hoe dit de bevaarbaarheid en veiligheidsrisico’s beïnvloedt.