Rijkswaterstaten wil noodsleepboten ook op zee laden
In dit artikel:
Het Britse bedrijf MJR presenteert een concept om in windmolenparken laadpunten te plaatsen waarmee elektrisch aangedreven offshore‑schepen en noodsleepboten op zee kunnen herladen. Op een gepubliceerde video toont MJR hoe een vaartuig met de boeg dicht tegen een turbine komt, een kabel vanaf een haspel laat zakken in een trechtervormige opvang op het schip, de verbinding tot stand brengt en daarna achteruit manoeuvreert zodat het veilig vrij ligt van de installatie. Voor nauwkeurige positionering is een Dynamic Positioning‑systeem wenselijk, iets wat veel huidige Crew Transfer Vessels (CTV’s) niet hebben.
De plannen sluiten aan bij de Nederlandse overheid: Rijkswaterstaat heeft een aanbesteding lopen voor drie elektrisch aangedreven noodsleepboten plus vijf wal‑ en vijf offshore‑laadpunten. Damen Shipyards, die veel CTV’s en andere offshore‑vaartuigen bouwt, zegt technisch klaar te zijn om dergelijke schepen te leveren of “ready‑for” te bouwen, maar heeft nog geen opdrachten gekregen en voorziet dat retrofit economisch vaak niet aantrekkelijk zal zijn.
Lehmann Marine, leverancier van batterijsystemen, volgt de ontwikkeling nauwgezet. Salesmanager Ruben Wansink wijst op meerdere praktische vraagstukken: laadpunten op zee zijn bedoeld om de druk op havenlaadinfra te verminderen en schepen operationeel flexibeler te maken, maar ze zijn afhankelijk van voldoende opwekking op het platform (dus wind), een hoge laadcapaciteit en voldoende ligtijd voor het schip. Als de wind wegvalt is er geen stroom beschikbaar; omgekeerd kan harde wind het veilig aanleggen bij een turbine bemoeilijken. Een mogelijke oplossing is het uitbreiden van laadpunten met batterijpakketten of koppeling aan trafoplatforms die meer ruimte en veiligheid bieden dan een molenmast. Zulke pakketten kunnen als ‘range extender’ dienstdoen, maar brengen belangrijke gewicht‑ en veiligheidsvraagstukken met zich mee wanneer het om meerdere MWh gaat.
Kortom: het concept voor offshore‑laden kan de operationele flexibiliteit van elektrische ondersteuningsvaartuigen aanzienlijk vergroten en past in lopende tenders en verduurzamingsambities, maar vereist nog technische, veiligheids‑ en economische uitwerking voordat het op grote schaal toepasbaar is.