Scheepswerf Damen Shiprepair sterk verankerd in Amsterdam
In dit artikel:
Damen Shiprepair Amsterdam zit midden in de eeuwenlange scheepsbouwtraditie van de stad en voert vooral reparatie, onderhoud en ombouw uit sinds het grote nieuwbouwwerk van de vroegere NSM in de jaren ’80 grotendeels naar Azië verhuisde. Tjeerd Schulting, die al ruim 25 jaar op de werf actief is en sinds 2016 directeur, noemt de locatie een overblijfsel van het vroegere NDSM-complex: geen massale nieuwbouw meer, maar een drukte aan herstel- en modificatiewerk.
Op het terrein aan de noordoever van het IJ beschikt Damen over vier droogdokken (het grootste 250 x 36 m), vijf kaden en capaciteit om vaak acht tot negen projecten tegelijk te behandelen. Dagelijks werken er, verspreid over drie diensten, 600–800 mensen van 27 nationaliteiten; ongeveer 120 medewerkers zijn in vaste dienst. Een belangrijk deel van de opdrachtgevers komt terug: 60–70% is returning customer en de klanttevredenheid scoort doorgaans boven de 8. Omdat de werf in Nederland tot de duurdere regio’s van Europa behoort, concurreert zij minder op prijs en meer op kwaliteit, veiligheid, levertijd en betrouwbaarheid.
De werf richt zich sterk op de offshore-energiemarkt: olie en gas, en in toenemende mate wind op zee. Recent werk omvatte de opbouw van de Wind Mover voor Cadeler, met 1.500 ton aan staalconstructies en een kraan die tijdelijk het hoogste punt in de stad vormde. Met de geplande uitrol van windparken tot 2050 voorziet Damen veel werk in bouw, onderhoud, verwijdering en de aanverwante vloot (kabelleggers, beschermingsschepen, baggerschepen). Daarnaast is de Koninklijke Marine al decennialang een vaste klant voor gepland onderhoud en levensverlengende werkzaamheden; veel marineschepen die nu onderhouden worden, zijn ooit door Damen gebouwd. Ook defensieopdrachten voor nieuwbouw stimuleren de onderhoudsvraag.
Duurzaamheid en circulariteit zijn geïntegreerd in de bedrijfsvoering. De werf streeft ernaar de duurzaamste van Nederland te zijn: al het materieel op het terrein is elektrisch, er is een walspanningsinstallatie en er zijn ecologische voorzieningen voor lokale fauna. Klanten wordt actief geholpen hun uitstoot terug te dringen—bijvoorbeeld met bulbsteven-retrofits die tot circa 30% brandstofbesparing kunnen opleveren, efficiëntere schildersystemen, uitlaatgas-wassers en her-motoriseringen naar Tier III-motoren. Deze transitie levert veel werk op doordat schepen stap voor stap aan wereldwijde emissiedoelen moeten voldoen.
Damen vervult ook een calamiteitsfunctie: de werf fungeert als het “ziekenhuis van de haven” voor noodreparaties op de Noordzee en in de haven van Amsterdam, van gedeukte rompdelen tot gebroken roeren. Die reparaties worden beschouwd als kerntaken en leveren behalve inkomsten ook trots en vakmanschap op.
De locatie heeft een directe relatie met de stad, wat soms spanning oplevert door schaarse ruimte en woningbouwdruk. Schulting benadrukt dat woningbouw belangrijk is, maar ook behoud van maritieme bedrijvigheid cruciaal is voor de regio en het land; hij pleit voor samenwerking om tot oplossingen te komen waar meerdere partijen voordeel van hebben.
Publieke binding is zichtbaar via het werfrestaurant Helling 7, rondleidingen en deelname aan maritieme evenementen zoals Sail. Als bijdrage aan de stad lanceerde Damen samen met partners het “Maritiem Cadeau”: onder meer het standbeeld Moki van circulair staal, de Havenweek Amsterdam (een jaarlijks terugkerend Zeehavendagen-initiatief), het NACO-huisje als Maritiem Clubhuis en een wandelroute, de Maritieme Loper, die historie en toekomst verbindt.
Een groot aandachtspunt blijft het aantrekken van technisch personeel: maritieme opleidingen lopen leeg en de sector moet zich nadrukkelijker profileren. Daarom investeert Damen in een leerschool, onderwijsbezoeken en wervingscampagnes zoals “Boot moet varen” om jonge mensen warm te maken voor het vak.