Scheepvaart groeit weer op kanaal Almelo-De Haandrik na spannend jaar
In dit artikel:
Het kanaal Almelo–De Haandrik liet in 2025 voor het eerst na vijf jaar weer groei zien: het aantal beroepsschepen nam met 18% toe (van 593 naar 701 passages) en het vervoerde gewicht steeg met 16% (van 132.928 naar 154.749 ton). Ook de recreatievaart groeide, van 953 naar 1.049 passages. De cijfers waren deels afgeremd door perioden met laag water op de IJssel in april, mei, juli en augustus, waardoor schepen minder konden laden.
De provincie Overijssel besloot het kanaal open te houden voor beroeps- en recreatievaart, maar waarschuwde dat de komende jaren flinke investeringen in oevers en damwanden nodig zijn. Dat belang blijkt ook uit enkele vervoerstromen die niet over de weg kunnen: in 2025 vertrokken acht woonarken van Oranje Arkenbouw en 19 betoncasco’s van Hercules Floating Concrete; daarnaast was er een uniek transport van een praam met 1 ton riet.
De ontwikkeling past in een serie schommelingen van het afgelopen decennium. Na een groei tot circa 237.000 ton in 2020–21 — deels door zand- en grindtransport naar Hardenberg toen betonfabriek Diamant meer per schip liet aanvoeren — daalde het vervoer fors in 2022 (–17%) door lage waterstanden op de IJssel en problemen bij sluis Eefde. Veel vracht verhuisde toen naar de weg en keerde maar langzaam terug. In 2023 viel de beroepsvaart opnieuw met 18%, vooral door hoge gasprijzen (waardoor onder meer de productie van kunstmest terugliep) en de stikstofproblematiek die de bouwactiviteit en daarmee de vraag naar zand en beton aantastte; enkele schippers stopten ook zonder vervanging. In 2024 zette die neerwaartse trend zich voort voor betonbedrijven als Diamant en Morssinkhof, maar vanaf oktober trok de beroepsvaart weer aan; het kunstmestvervoer blijft echter ver onder het niveau van voor 2022 — KAS-productie is bijvoorbeeld zeer gasintensief (ongeveer 300 m3 gas per m3 KAS).
Kort samengevat: het kanaal laat herstel zien, maar kwetsbaarheid door waterstanden en marktfactoren blijft groot, en structurele investeringen zijn noodzakelijk om de vaarroute en de unieke, niet-over-de-weg-te-vervoeren ladingen veilig te stellen.