Schip Trinec roest weg in de Waalhaven, maar Tsjechisch museum wil haar redden
In dit artikel:
Het 199 meter lange schip Trinec, sinds 1998 afgemeerd in de Waalhaven als drijvende opslag onder de naam Marcor Bulk 1, staat opnieuw op de slooplijst maar wordt mogelijk gered door een Tsjechisch maritiem museum. De Tsjechische Scheepvaartmaatschappij, exploitant van het enige maritieme museum in Midden‑Europa, voert gesprekken met Marcor over terugkoop om het schip als museumschip te behouden en terug onder Tsjechisch beheer te brengen.
De Trinec werd in 1975 gebouwd op de Szczecin‑werf in Polen — een plek met historische banden naar de Solidarność‑beweging — en voer 21 jaar onder Tsjechoslowaakse vlag, vooral met Braziliaans erts en graan. In 1996 werd het schip omgevlagd naar Malta; vanaf 1998 lag het in Rotterdam. Technisch heeft het een 6‑cilinder Sulzer‑diesel van circa 12.000 bhp en een dienstvaart van ongeveer 15,7 knopen. Dankzij bemoeienis van Cor Breekweg werd het eerder van sloop gered en als opslag in gebruik gehouden.
Het reddingsproject heet “Třinec Come Back”; Polen (Szczecin) heeft bereidheid tot medewerking getoond voor het slepen en opknappen. Het initiatief valt onder bescherming van het Tsjechische ministerie van Verkeer en wordt binnenkort ook in het Europees Parlement gepresenteerd. Belanghebbenden ontmoeten elkaar medio februari in Rotterdam om de overeenkomst te bespreken.