Soli Deo Gloria: laatste zeetjalk onder Nederlandse vlag eindigt als terras in Dokkum
In dit artikel:
Een stalen koftjalk uit 1912 maakte meer dan een eeuw een uitzonderlijke carrière: van zeilschip naar gemotoriseerd vrachtschip, daarna opleidingsschip en vissersvaartuig, om uiteindelijk als drijvend terras in Dokkum te eindigen. Het schip werd op 7 maart 1912 te water gelaten als Lammechiena II bij Scheepswerf Gebr. J. & G. Verstockt in Martenshoek voor opdrachtgever Harmannus Schling. Bij oplevering was het 26,75 m lang, 6,24 m breed, met 140 BRT en een laadvermogen van 210 ton.
De Tromp — zo heette het schip vanaf 1915 na verkoop — wisselde in de jaren daarna vaak van eigenaar en thuishaven (Groningen, IJmuiden, Rotterdam). In maart 1934 verving eigenaar Oege Schuitema het zeil als hoofdvoortstuwing door een 65 pk Deutz-motor, een ingrijpende modernisering. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het schip onder Duitse supervisie te varen; in april 1945 schopten Duitse troepen het tot zinken in het Verbindingskanaal bij Groningen, maar omdat het slechts gedeeltelijk zonk kon het kort na de bevrijding worden geborgen en hersteld.
Na de oorlog kwam het weer in de vaart (evenals onder de naam Maraat V) en kreeg het in 1950 een krachtiger 125 pk Deutz. In 1954 kwam het onder vaste bevrachting van Koninklijke Wagenborg en werd door eigenaar Wopke Kalkhuis Soli Deo Gloria genoemd — destijds de laatste zeetjalk onder Nederlandse vlag. Bij Scheepswerf Barkmeijer verlengde men het schip in 1958 met vijf meter tot 31,86 m, waardoor het laadvermogen steeg naar 255 ton.
In 1967 maakte de verkoop aan een Filippijnse reder het Nederlandse tijdperk definitief af; herdoopt tot PMI Navigator werd het als opleidingsschip uitgerust met zeilvoering en een 150 pk 2-takt motor. De geplande oversteek naar de Filipijnen mislukte door de Suez-blokkade na de Zesdaagse Oorlog, waarna het schip in Gibraltar in diverse visserij- en stenenvisserrollen terechtkwam. Na bijna dertig jaar visserij kreeg het in 1996 de naam Grazia (Palermo) en functioneerde als zandzuiger.
In 2002 kocht de Nederlander Chris Woestenburg het terug, hernoemde het weer Tromp en liet het naar Nederland slepen voor restauratie. Met medewerking van scheepswerven en onderwijs- en zorgstichtingen werd het schip gerestaureerd. Tegenwoordig ligt de Tromp als drijvend terras in het Grootdiep in Dokkum, toegankelijk voor publiek en gebruikt als plekken voor koffie en bijeenkomsten — een opmerkelijke wedergeboorte voor een schip dat oorlog, mechanisering en internationale omzwervingen overleefde.