Somalische piraten profiteren van Iran-oorlog
In dit artikel:
Somalische piraten zijn opnieuw actiever nu scheepvaartroutes veranderen door de spanningen rond de Straat van Hormuz. Reders laten schepen vaker via Kaap de Goede Hoop varen om confrontaties met Iran en aanverwante reacties in de regio te vermijden, waardoor meer commerciële vaartuigen dicht langs de Somalische kust komen te liggen. Volgens het bericht hebben piraten inmiddels twee tankers en een vrachtschip gekaapt.
Eind april werd een van de tankers voor de kust van Jemen onderschept en naar Somalische wateren gedwongen. De piraten hebben geen tegenwerking te duchten van lokale gewapende groepen: ze onderhouden goede betrekkingen met de Houthi-rebellen, die eerder al maritieme aanvallen uitvoerden, en binnen Somalië is er door het ontbreken van een stevige centrale overheid weinig gezag om de kapingen te stoppen.
EU-operatie Atalanta blijft actief en waarschuwt dat piraterij in het gebied toeneemt; scheepvaart wordt opgeroepen de waakzaamheid te verhogen en beschermende maatregelen te nemen, zoals prikkeldraad en directe meldingen van verdachte activiteiten. Tegelijk probeert Indonesië vier landgenoten vrij te krijgen die aan boord zitten van de gekaapte tanker Honour 25; ook andere bemanningsleden komen uit Pakistan, India, Sri Lanka en Myanmar. Het schip voer van Berbera (Somaliland) naar Mogadishu en wordt op geringe afstand van de kust vastgehouden, wat de beperkte macht van Somalische autoriteiten onderstreept.
De aantrekkingskracht van piraterij komt voort uit diepe armoede en het vooruitzicht op snelle inkomsten: jonge mannen uit kwetsbare gemeenschappen verdienen met één succesvolle kaping vaak meerdere jarenloon, terwijl piratenleiders hun rijkdom tonen dankzij betaalde losgeldsommen. De combinatie van regionale spanningen, gewijzigde scheepsroutes en een zwakke staat maakt de Golf van Aden en de Somalische kust opnieuw een aantrekkelijk doelwit voor zeecriminaliteit.