Staandwantvissers zien tong verdwijnen uit kuststrook
In dit artikel:
Het tongseizoen voor de Nederlandse staandwantvissers begon eind februari veelbelovend, maar viel binnen weken stil: maart, april en mei leverden zo weinig tong dat inmiddels alleen bij goed weer nog een paar bootjes proberen te vissen. De afwezigheid van tong vlakbij de vloedlijn, waar de kleine staandwantboten normaal hun netten zetten, sluit aan bij een dalende trend die vissers de laatste jaren waarnemen.
Aanvankelijk trokken de goede vangsten eind februari ook grotere staandwantkotters uit Boulogne (Frankrijk) en Denemarken aan; die konden veel meer netten uitzetten en boekten grote vangsten. Kort daarna sloten Nederlandse kotters als WR-230, WR-389 en UK-146 aan, maar vanaf half maart daalden de vangsten snel en verdwenen de buitenlandse kotters weer. WR-230 en WR-389 maakten snel stop; de 20 meter UK-146 hield eind mei op.
Albert de Boer (UK-254/UK-255), die afwisselend vanuit Scheveningen en IJmuiden vist, zegt dat het dit jaar vrijwel geen intrek gaf: "We hebben dit jaar geen intrek gehad." Hij rekent voor dat het onrendabel wordt wanneer meer dan 250 netten nodig zijn om 40 kilo tong te vangen. De Boers hebben nog inkomsten van het IJsselmeer, maar kleinere collega’s moeten hard knokken.
Vissers wijzen menselijke ingrepen als oorzaak: vooroevers- en strandsuppletie, baggeren van geulen en mogelijk elektrische kabels van windparken die het oriëntatievermogen van vissen verstoren. Alleen de staandwantboten UK-133, KW-2 en ST-6 vissen nu nog vanaf IJmuiden, vaak met dagvangsten onder de 30 kilo.