Toekomst klein schip vraagt actie van markt en overheid
In dit artikel:
Op 14 april tijdens de Scheepvaart Expo in Rotterdam waarschuwden binnenvaartspecialisten Chris Kornet (Concordia Damen), marktanalist Wouter van der Geest en verduurzamer Pieter Boersma dat de toekomst van kleine binnenvaartschepen (tot 86 m) op het spel staat zonder een gezamenlijke aanpak van schippers, verladers en overheden. Klasse IV-schepen (86 m, tot ~1.800 ton) vervoeren ongeveer 30 miljoen ton per jaar; de klassen daaronder samen nog eens circa 30 miljoen. Op een totaal van 320 miljoen ton vertegenwoordigen die kleinere schepen dus grofweg een zesde van het vervoer — een verlies daarvan betekent meer vracht over de weg.
Modernisering stokt doordat veel eigenaren kleine ondernemingen zijn die kampen met oplopende milieueisen, felle concurrentie en lage vrachtprijzen. Daardoor ontbreken middelen voor investeringen en blijven afgeschreven schepen zo lang mogelijk varen. Vernieuwing kan via refit of nieuwbouw, maar een conventioneel nieuw 86-m schip kost ongeveer €4 miljoen en de meerprijs voor dieselelektrische uitvoering is minstens €1,5 miljoen — volgens Kornet iets wat zonder overheidssteun moeilijk haalbaar is.
Praktische initiatieven volgen: een werf in Werkendam presenteert later dit jaar een emissieloos concept met verwisselbare, gehuurde accu’s; de Refit Alliantie levert dit najaar een blauwdruk voor zero-emissie refits, te beginnen bij zand- en beunschipjes op Schie en Gouwe met vaste, schaalbare accupakketten. Elektrificatie lijkt meest kansrijk bij zandvaart, beun- en agri-verkeer; kleinere klassen (1–3) lijken structureel verdwenen.
De deskundigen pleiten voor meer marktmacht voor kleine schippers en financiële prikkels van verladers en overheid, omdat elk klein schip dat verdwijnt directe gevolgen heeft voor modal shift en leveringsketens.