Tuchtcollege straft beide schippers De Kim en Anna Johanna na aanvaring garnalenkotters

donderdag, 21 mei 2026 (14:31) - Weekblad Schuttevaer

In dit artikel:

Het Tuchtcollege voor de Scheepvaart heeft beide schippers gestraft voor een aanvaring op de Noordzee op 14 oktober 2024 rond 03:19 uur, ten westen van Ouddorp en Stellendam. De betrokken kotters waren ZK147 De Kim (die achterop voer, circa 8 knopen) en WR123 Anna Johanna (vissend met uitstaande netten, circa 2,5 knopen). De uitspraak van het college dateert van 21 mei.

Het college legt de primaire schuld bij de schipper van De Kim. Deze had de Anna Johanna eerder op AIS en visueel waargenomen, wijzigde koers om een gesloten gebied te vermijden en kwam uiteindelijk recht achter het vissende schip te liggen. Vervolgens verliet hij de brug om naar het toilet te gaan terwijl hij de enige bemanningslid was dat uitkijk hield, zonder snelheid te verminderen of een vervangende uitkijk te regelen. Tijdens zijn afwezigheid vond de botsing plaats. Het Tuchtcollege kwalificeert dit handelen als ernstig verwijtbaar.

Tegelijkertijd werd ook de schipper van de Anna Johanna verantwoordelijk gehouden, omdat hij te veel vertrouwde op zijn inschatting van de situatie. Hij had De Kim op radar gezien op ongeveer twee mijl afstand, maar liet het schip vervolgens 15–20 minuten zonder actieve waarneming varen: hij keek niet achterom, nam geen marifooncontact op en controleerde de situatie niet opnieuw. Volgens het college moet een schipper ook rekening houden met fouten van anderen en mag men niet blind vertrouwen op de intenties van een ander vaartuig.

Beide schippers hadden bovendien verlopen medische verklaringen aan boord, waardoor hun vaarbevoegdheid formeel niet in orde was: bij De Kim was de verklaring van de schipper bijna twee jaar verlopen; bij de Anna Johanna voer een plaatsvervangend schipper met een verlopen verklaring ondanks eerdere waarschuwingen van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

De opgelegde maatregelen weerspiegelen de verschillen in verwijtbaarheid: de schipper van De Kim kreeg een schorsing van de vaarbevoegdheid van acht weken (waarvan vier voorwaardelijk) en een boete van €2.000; de schipper van de Anna Johanna kreeg een voorwaardelijke schorsing van drie weken en een boete van €1.500. Het college benadrukt hiermee dat veilige scheepvaart niet alleen draait om voorrangsregels, maar vooral om continue uitkijk en handelen zodra twijfel over de intenties van een ander schip ontstaat—een uitgangspunt dat ook in internationale voorschriften voor het voorkomen van aanvaringen verankerd is.