Vijf olietankers meden Rotterdam en voeren naar Azië voor hogere prijs
In dit artikel:
Minstens vijf olietankers die oorspronkelijk naar Rotterdam onderweg waren, hebben na de sluiting van de Straat van Hormuz hun koers verlegd naar Azië om daar tegen hogere prijzen te verkopen. Dat meldt het Havenbedrijf Rotterdam bij de eerste overslagcijfers van het jaar.
De totale goederenoverslag in de haven daalde in de eerste drie maanden met 0,7 procent; havendirecteur Boudewijn Siemons noemt de situatie grotendeels stabiel ondanks oplopende geopolitieke spanningen. De directe effecten van de blokkade zijn nog beperkt zichtbaar omdat veel schepen al onderweg waren toen de zeestraat werd afgesloten: een van de laatste tankers met kerosine uit de regio arriveerde begin april in Rotterdam.
De vijf omgevaren tankers dragen waarschijnlijk bij aan lagere inkomststromen in het tweede kwartaal, aldus het Havenbedrijf. Aziatische prijzen voor olie en olieproducten lagen toen hoger dan in Europa omdat Azië sterker afhankelijk is van grondstoffen uit de Golfregio.
Ongeveer 4,4 procent van alle via Rotterdam verwerkte goederen (circa 19 miljoen ton) heeft normaal een herkomst of bestemming aan de Perzische Golf. Het betreft met name ruwe olie uit Irak en Saoedi-Arabië, kerosine uit Koeweit, stookolie uit Saoedi-Arabië en gasolie/diesel uit Qatar. Rotterdam was voor ongeveer 10 procent van de ruwe-olie-overslag en 14 procent van de minerale olieproducten afhankelijk van landen in die regio, maar geen product is volledig afhankelijk: kerosine wordt ook lokaal geproduceerd en er is momenteel geen direct tekort in Nederland.
Wel nemen bedrijven en overheden voorzorgsmaatregelen. Luchtvaartmaatschappijen passen hun vluchtaanbod aan — Lufthansa kondigde het schrappen van 20.000 vluchten aan — en minister Vincent Karremans signaleerde dat Nederland mogelijk eind april of in mei strategische kerosinevoorraden zal aanspreken. Nederlandse raffinaderijen draaien op volle capaciteit; Shell Nederland zegt veel grondstoffen uit het Midden-Oosten te hebben ontvangen en zoekt nu alternatieve leveranciers, zonder dat de leveringszekerheid op korte termijn in gevaar zou zijn.
De containeroverslag laat een beperkt direct effect zien: containerstromen van en naar het Midden-Oosten bedragen circa 1,2 procent van het totale jaarlijkse volume. In teu bleef het containervolume in het eerste kwartaal vrijwel stabiel (+0,3%), maar het gewicht daalde met 3,2% doordat meer containers uit Azië werden geïmporteerd en minder volle containers werden geëxporteerd door zwakkere Europese industrie. Transshipmentcontainers (doorvoer van schip op schip) daalden fors (-26%) door kadecongestie; het Havenbedrijf verwacht herstel als grote terminals worden uitgebreid.
Kort samengevat: Rotterdam merkt de nasleep van de sluiting van de Straat van Hormuz nog vooral indirect dankzij vaartijden en handelsarbitrage, maar de omgevaren tankers, verschuivingen in aanvoerlijnen en veranderingen in containerstromen kunnen in het tweede kwartaal duidelijker doorwerken in de cijfers.